Behandelvisie

Basiselementen visie HC
1. Motivatie
Er bestaan geen mensen die niet van een probleem af willen. Niet in weze in iedergeval. Wij gaan er dus vanuit dat iedere cliënt voldoende gemotiveerd is om van haar of zijn eetstoornis af te komen. Zelfs als zij in eerste instantie worden gestuurd door hun omgeving. lijkt het er op dat ze niet geholpen willen worden. Ook dan is er vaak al iets wat duidt op een (latente) wens om geholpen te worden. Wel is er meestal sprake van een grote angst om de behandeling of de vermeende consequenties ervan niet aan te kunnen. Deze kan zich uiten in weerstand of verzet. Maar dit is geen motivationeel probleem.
2. Gelijkwaardigheid
Wij gaan uit van een gelijkwaardig contact tussen de behandelaar en de cliënt. Onze houding is empathisch en menselijk. Omdat we de cliënt en haar of zijn eigen inzicht, inbreng en behoefte centraal stellen, en niet het behandelplan of protocol, ontstaat er een samenwerkingsverband dat motiverend werkt op het willen nemen van eigen verantwoordelijkheid en het gevoel van zelfredzaamheid van de cliënt.
3. Ervaringsdeskundigheid
Wij gebruiken onze eigen ervaringsdeskundigheid in de behandeling, en beogen hiermee een 'lotgenoten-contact-gevoel' aan de cliënt over te brengen. Het functioneel benoemen van eigen ervaringen dient om herkenning en erkenning te bieden aan de cliënt en haar of zijn eetstoornis. Wij hopen hiermee tevens sneller een vertrouwensband op te kunnen bouwen, waarin eerlijkheid van de kant van de cliënt als gevolg, een belangrijke factor is. Ook dient onze ervaringsdeskundigheid als positief voorbeeld. Het geeft hoop, een doel en is stimulerend voor de motivatie van de cliënt.
4. Deskundigheid
Ons uitgangspunt is dat iedere cliënt zelf in hoge mate deskundig is op het gebied van haar of zijn eigen problematiek. Wij zijn niet degenen die precies weten hoe het zit of hoe het moet. Maar samen met de cliënt bepalen we de weg die individueel passend is. We maken dankbaar gebruik van deze interne wijsheid en respecteren daarbij het tempo en de grenzen van de cliënt. Wij vertalen, begeleiden, steunen, bieden handvatten, adviseren, en geven inzichten. Dit komt tegemoet aan de vanuit de eetstoornis ingegeven behoefte aan controle van de cliënt. Het in eigen hand blijven houden van dingen die gebeuren in het genezingsproces wordt nu een gezonde manier van ‘controleren’.
5. Gewicht
Onze primaire focus is niet het aankomen of afvallen, maar allereerst het stabiliseren van het aanvangsgewicht. Het werkelijke gewichtsherstel gebeurt pas in een veel later stadium in de behandeling. En pas dan wanneer de cliënt hier aan toe is. In kleine haalbare stappen. De cliënt moet eerst léren eten en naar eigen lichaamsignalen leren luisteren. Voedselinname en energieverbruik worden gaandeweg de therapie op elkaar afgestemd zodat de energiehuishouding en stofwisseling normaliseert. Niet meer en niet minder eten dan de natuurlijke lichamelijke behoefte aangeeft is het uiteindelijke doel. Wij hanteren niet de Body Mass Index (of Quetelet index) als norm voor het uiteindelijke gezonde gewicht, maar het setpoint van het lichaam zelf, wanneer deze in normale toestand met een gezonde stofwisseling verkeert. De behandeling start ondanks een ondergewicht. Het opbouwen van autonomie en eigenwaarde gaat aan het gewichtherstel vooraf. Onder externe druk opgebouwd gewicht geeft een groot risico tot terugval op langere termijn.
6. Straffen en belonen
Wij werken niet met een straf- versus beloningssysteem. Omdat wij van mening zijn dat dit averechts werkt. Iemand met een eetstoornis heeft zichzelf al een heel stelsel van strenge regels, normen en waarden opgelegd, waar niet zelden interne strafmaatregelen op volgen. Wij willen niet aan dit systeem meewerken. Het doel van de therapeut is oa. dit eigen gevormde systeem te ontkrachten en terug te brengen naar gezonde en normale proporties.
7. Zijn wie je al was
Wij respecteren de fundamentele kenmerken en karaktereigenschappen van iedere cliënt en proberen deze niet te veranderen. Wel maken we gebruik van het heretiketteren of herwaarderen en positief gebruik maken van deze veelal krachtige en mooie eigenschappen, die onderbelicht zijn geraakt of die ten behoeve van het in stand houden van de eetstoornis negatief zijn ingezet. Zij worden nu juist gebruikt om los te komen van de eetstoornis. Ons uitgangspunt én eindpunt is: ‘terugvinden en mogen zijn wie je al was in essentie’. Een cliënt hoeft niet te veranderen om te genezen maar heeft alles al in huis om dit doel te bereiken.
8. Beëindiging
Wij beëindigen niet een behandeling op basis van geen of (te) weinig gemaakte vorderingen. De angst die ontstaat als gevolg van externe druk van de behandelaar om te moeten presteren, leidt onzes inziens tot saboterend gedrag, minder openheid van de cliënt en een vertrouwensbreuk in de relatie en samenwerking. Bovendien ontstaat het gevaar dat de cliënt zelf de behandeling stopt uit weerstand of zich uit angst of wanhoop dermate onnatuurlijk aanpast dat dit de kans op terugval in een later stadium aanzienlijk vergroot. Het in therapie zijn en de stappen zetten die nodig zijn is een vrijwillige keuze en moet dat ook blijven tot het einde.
9. Vriend of vijand
Wij beschouwen de eetstoornis niet als vijand noch als vriend. Ons standpunt is neutraal en wij zien de eetstoornis enkel als informatiebron zonder daar een waardeoordeel aan te verbinden. Op deze manier is de eetstoornis makkelijker los te laten. Zou je het als vriend ervaren dan wil je het niet kwijt, zou je het als vijand ervaren dan gaat het wegduwen ervan gepaard met weerstand. Wanneer je een neutraal standpunt inneemt ten opzichte van je eetstoornis, dan heeft het minder waarde voor je en maak je je er alleen daardoor al minder afhankelijk van. Zowel positief als negatief.
10. Cliëntgericht
Ieder individu is verschillend en niet voor iedereen geldt dezelfde aanpak, benadering, methode of volgorde. De hoofdlijn en basiselementen in de gaten houdend, snijden we de behandeling toe op iedere cliënt persoonlijk. Flexibiliteit, inlevend en aanpassend vermogen en creativiteit wordt gevraagd van onze therapeuten. Aangezien onze behandeling niet plaats vindt volgens een star en van te voren voorgeschreven standaard procedure.
11. Drie kanten aanpak
Wij benaderen de eetstoornis van drie kanten.
Er bestaan geen mensen die niet van een probleem af willen. Niet in weze in iedergeval. Wij gaan er dus vanuit dat iedere cliënt voldoende gemotiveerd is om van haar of zijn eetstoornis af te komen. Zelfs als zij in eerste instantie worden gestuurd door hun omgeving. lijkt het er op dat ze niet geholpen willen worden. Ook dan is er vaak al iets wat duidt op een (latente) wens om geholpen te worden. Wel is er meestal sprake van een grote angst om de behandeling of de vermeende consequenties ervan niet aan te kunnen. Deze kan zich uiten in weerstand of verzet. Maar dit is geen motivationeel probleem.
2. Gelijkwaardigheid
Wij gaan uit van een gelijkwaardig contact tussen de behandelaar en de cliënt. Onze houding is empathisch en menselijk. Omdat we de cliënt en haar of zijn eigen inzicht, inbreng en behoefte centraal stellen, en niet het behandelplan of protocol, ontstaat er een samenwerkingsverband dat motiverend werkt op het willen nemen van eigen verantwoordelijkheid en het gevoel van zelfredzaamheid van de cliënt.
3. Ervaringsdeskundigheid
Wij gebruiken onze eigen ervaringsdeskundigheid in de behandeling, en beogen hiermee een 'lotgenoten-contact-gevoel' aan de cliënt over te brengen. Het functioneel benoemen van eigen ervaringen dient om herkenning en erkenning te bieden aan de cliënt en haar of zijn eetstoornis. Wij hopen hiermee tevens sneller een vertrouwensband op te kunnen bouwen, waarin eerlijkheid van de kant van de cliënt als gevolg, een belangrijke factor is. Ook dient onze ervaringsdeskundigheid als positief voorbeeld. Het geeft hoop, een doel en is stimulerend voor de motivatie van de cliënt.
4. Deskundigheid
Ons uitgangspunt is dat iedere cliënt zelf in hoge mate deskundig is op het gebied van haar of zijn eigen problematiek. Wij zijn niet degenen die precies weten hoe het zit of hoe het moet. Maar samen met de cliënt bepalen we de weg die individueel passend is. We maken dankbaar gebruik van deze interne wijsheid en respecteren daarbij het tempo en de grenzen van de cliënt. Wij vertalen, begeleiden, steunen, bieden handvatten, adviseren, en geven inzichten. Dit komt tegemoet aan de vanuit de eetstoornis ingegeven behoefte aan controle van de cliënt. Het in eigen hand blijven houden van dingen die gebeuren in het genezingsproces wordt nu een gezonde manier van ‘controleren’.
5. Gewicht
Onze primaire focus is niet het aankomen of afvallen, maar allereerst het stabiliseren van het aanvangsgewicht. Het werkelijke gewichtsherstel gebeurt pas in een veel later stadium in de behandeling. En pas dan wanneer de cliënt hier aan toe is. In kleine haalbare stappen. De cliënt moet eerst léren eten en naar eigen lichaamsignalen leren luisteren. Voedselinname en energieverbruik worden gaandeweg de therapie op elkaar afgestemd zodat de energiehuishouding en stofwisseling normaliseert. Niet meer en niet minder eten dan de natuurlijke lichamelijke behoefte aangeeft is het uiteindelijke doel. Wij hanteren niet de Body Mass Index (of Quetelet index) als norm voor het uiteindelijke gezonde gewicht, maar het setpoint van het lichaam zelf, wanneer deze in normale toestand met een gezonde stofwisseling verkeert. De behandeling start ondanks een ondergewicht. Het opbouwen van autonomie en eigenwaarde gaat aan het gewichtherstel vooraf. Onder externe druk opgebouwd gewicht geeft een groot risico tot terugval op langere termijn.
6. Straffen en belonen
Wij werken niet met een straf- versus beloningssysteem. Omdat wij van mening zijn dat dit averechts werkt. Iemand met een eetstoornis heeft zichzelf al een heel stelsel van strenge regels, normen en waarden opgelegd, waar niet zelden interne strafmaatregelen op volgen. Wij willen niet aan dit systeem meewerken. Het doel van de therapeut is oa. dit eigen gevormde systeem te ontkrachten en terug te brengen naar gezonde en normale proporties.
7. Zijn wie je al was
Wij respecteren de fundamentele kenmerken en karaktereigenschappen van iedere cliënt en proberen deze niet te veranderen. Wel maken we gebruik van het heretiketteren of herwaarderen en positief gebruik maken van deze veelal krachtige en mooie eigenschappen, die onderbelicht zijn geraakt of die ten behoeve van het in stand houden van de eetstoornis negatief zijn ingezet. Zij worden nu juist gebruikt om los te komen van de eetstoornis. Ons uitgangspunt én eindpunt is: ‘terugvinden en mogen zijn wie je al was in essentie’. Een cliënt hoeft niet te veranderen om te genezen maar heeft alles al in huis om dit doel te bereiken.
8. Beëindiging
Wij beëindigen niet een behandeling op basis van geen of (te) weinig gemaakte vorderingen. De angst die ontstaat als gevolg van externe druk van de behandelaar om te moeten presteren, leidt onzes inziens tot saboterend gedrag, minder openheid van de cliënt en een vertrouwensbreuk in de relatie en samenwerking. Bovendien ontstaat het gevaar dat de cliënt zelf de behandeling stopt uit weerstand of zich uit angst of wanhoop dermate onnatuurlijk aanpast dat dit de kans op terugval in een later stadium aanzienlijk vergroot. Het in therapie zijn en de stappen zetten die nodig zijn is een vrijwillige keuze en moet dat ook blijven tot het einde.
9. Vriend of vijand
Wij beschouwen de eetstoornis niet als vijand noch als vriend. Ons standpunt is neutraal en wij zien de eetstoornis enkel als informatiebron zonder daar een waardeoordeel aan te verbinden. Op deze manier is de eetstoornis makkelijker los te laten. Zou je het als vriend ervaren dan wil je het niet kwijt, zou je het als vijand ervaren dan gaat het wegduwen ervan gepaard met weerstand. Wanneer je een neutraal standpunt inneemt ten opzichte van je eetstoornis, dan heeft het minder waarde voor je en maak je je er alleen daardoor al minder afhankelijk van. Zowel positief als negatief.
10. Cliëntgericht
Ieder individu is verschillend en niet voor iedereen geldt dezelfde aanpak, benadering, methode of volgorde. De hoofdlijn en basiselementen in de gaten houdend, snijden we de behandeling toe op iedere cliënt persoonlijk. Flexibiliteit, inlevend en aanpassend vermogen en creativiteit wordt gevraagd van onze therapeuten. Aangezien onze behandeling niet plaats vindt volgens een star en van te voren voorgeschreven standaard procedure.
11. Drie kanten aanpak
Wij benaderen de eetstoornis van drie kanten.
- Inzicht: vanuit de in aanleg aanwezige vatbaarheid van de cliënt voor het ontwikkelen van een eetstoornis. Waarin oorzaak, gevolg en instandhoudende factoren worden geanalyseerd.
- Gedrag en cognities: aan de kant van het feitelijke eetgedrag. Cognitieve- en gedragstherapeutische methodieken worden aan beide kanten (aanleg en eetgedrag) gebruikt.
- Ik-versterking: aan de kant van het opbouwen en vergroten van de autonomie en eigenwaarde (weten wie je bent, wat je sterke en minder sterke kanten zijn, wat je wilt of niet wilt, keuzes maken, assertiviteit, etc.).
Dit laatste speelt als rode draad een zeer belangrijke rol binnen de therapie.
Het lichamelijke aspect wordt tenslotte vanuit de diëtetiek en indien nodig vanuit de medische hoek benaderd.
12. Ambulant
Wij kiezen voor een ambulante behandeling omdat het kunnen blijven in de eigen omgeving van de cliënt met de mensen die daarbij horen voordelen biedt ten opzichte van een klinische opname. Er kan dan meteen geoefend worden in de praktijk van het dagelijkse leven. Bovendien is de overstap, en als gevolg daarvan de aanpassing of gewenning, na de therapie dan niet zo groot. Dat geldt eveneens voor de omgeving zoals: ouders, vrienden, partner, etc. naar de cliënt toe. Tijdens de ambulante behandeling mag de cliënt gewoon haar normale leefpatroon volgen. Cliënten hoeven geen opleiding, sport of hobby's op te geven tijdens de therapie. Verbod leidt niet tot motivatie. Het behouden van vrijheid wel. Eigen grenzen ontdekken en daarin vrijwillig keuzes maken beklijfd meer en leidt tot een gevoel van zelfbeschikking en werkelijke controle over het eigen leven.
13. Tijd
Wij nemen de tijd die nodig is om de cliënt met een eetstoornis te behandelen en zijn niet gebonden aan een limiet. Over het algemeen beslaat het proces om een eetstoornis te overwinnen een lange periode met verschillende fasen en soms ook verschillende behandelvormen en behandelaars. Geduld is vereist van de therapeut, maar ook van de cliënt. Tijd is één van de belangrijke onderdelen van onze behandeling.
14. Terugval
Een terugval zien wij het als een normaal en geaccepteerd onderdeel van de behandeling. Als een gezond, logisch maar ook wenselijk en noodzakelijk verschijnsel tijdens de reis op weg naar genezing. Leren lopen gaat nou eenmaal ook niet zonder vallen en opstaan. Het vallen is ergens goed voor. Een lange reis kan ook niet gemaakt worden zonder plas- en rustmomenten. Er ontstaat een pauze, een moment van stil staan en herbezinning. Waarin bijgestuurd en gecorrigeerd kan worden. Er kunnen nieuwe keuzes gemaakt worden en andere strategieën uitgestippeld worden. Waarna de reis verfrist en met nieuwe inzichten vervolgd kan worden.
15. Steuntroepen
De omgeving van een cliënt kan en moet als het even kan een belangrijke rol spelen in het genezingsproces van de cliënt. Daarom besteden wij veel aandacht aan het betrekken van belangrijke anderen tijdens de behandeling. Door het informeren, steunen en mobiliseren van de zogenaamde steuntroepen zoals ouders, partners, familie maar ook vrienden of collega’s. Op deze manier snijdt het mes aan twee kanten, komt de steun vanuit meerdere bronnen en is de cliënt niet afhankelijk van de hulp van de therapeut alleen. Zo blijven er mensen aanwezig om op terug te vallen, óók na de behandeling.
16. Nazorg
Na onze behandeling volgt automatisch een nazorg traject en follow-up onderzoek. Zowel individueel als in een groep. Wij zien nazorg als evident onderdeel van de behandeling. Om een eetstoornis echt uit het systeem van de cliënt te krijgen en te houden, is nazorg in welke vorm dan ook noodzakelijk. Ook vragen we ex-cliënten na verloop van tijd een vragenlijst in te vullen om na te gaan wat het effect van de behandeling is op lange termijn.
Nb. Natuurlijk kleven aan deze voordelen ook nadelen en valkuilen. In de training van de HC therapeuten en in de reader wordt hier uitgebreid op in gegaan. Voor meer informatie hierover, schrijf naar c.netten@humanconcern.nl
Het lichamelijke aspect wordt tenslotte vanuit de diëtetiek en indien nodig vanuit de medische hoek benaderd.
12. Ambulant
Wij kiezen voor een ambulante behandeling omdat het kunnen blijven in de eigen omgeving van de cliënt met de mensen die daarbij horen voordelen biedt ten opzichte van een klinische opname. Er kan dan meteen geoefend worden in de praktijk van het dagelijkse leven. Bovendien is de overstap, en als gevolg daarvan de aanpassing of gewenning, na de therapie dan niet zo groot. Dat geldt eveneens voor de omgeving zoals: ouders, vrienden, partner, etc. naar de cliënt toe. Tijdens de ambulante behandeling mag de cliënt gewoon haar normale leefpatroon volgen. Cliënten hoeven geen opleiding, sport of hobby's op te geven tijdens de therapie. Verbod leidt niet tot motivatie. Het behouden van vrijheid wel. Eigen grenzen ontdekken en daarin vrijwillig keuzes maken beklijfd meer en leidt tot een gevoel van zelfbeschikking en werkelijke controle over het eigen leven.
13. Tijd
Wij nemen de tijd die nodig is om de cliënt met een eetstoornis te behandelen en zijn niet gebonden aan een limiet. Over het algemeen beslaat het proces om een eetstoornis te overwinnen een lange periode met verschillende fasen en soms ook verschillende behandelvormen en behandelaars. Geduld is vereist van de therapeut, maar ook van de cliënt. Tijd is één van de belangrijke onderdelen van onze behandeling.
14. Terugval
Een terugval zien wij het als een normaal en geaccepteerd onderdeel van de behandeling. Als een gezond, logisch maar ook wenselijk en noodzakelijk verschijnsel tijdens de reis op weg naar genezing. Leren lopen gaat nou eenmaal ook niet zonder vallen en opstaan. Het vallen is ergens goed voor. Een lange reis kan ook niet gemaakt worden zonder plas- en rustmomenten. Er ontstaat een pauze, een moment van stil staan en herbezinning. Waarin bijgestuurd en gecorrigeerd kan worden. Er kunnen nieuwe keuzes gemaakt worden en andere strategieën uitgestippeld worden. Waarna de reis verfrist en met nieuwe inzichten vervolgd kan worden.
15. Steuntroepen
De omgeving van een cliënt kan en moet als het even kan een belangrijke rol spelen in het genezingsproces van de cliënt. Daarom besteden wij veel aandacht aan het betrekken van belangrijke anderen tijdens de behandeling. Door het informeren, steunen en mobiliseren van de zogenaamde steuntroepen zoals ouders, partners, familie maar ook vrienden of collega’s. Op deze manier snijdt het mes aan twee kanten, komt de steun vanuit meerdere bronnen en is de cliënt niet afhankelijk van de hulp van de therapeut alleen. Zo blijven er mensen aanwezig om op terug te vallen, óók na de behandeling.
16. Nazorg
Na onze behandeling volgt automatisch een nazorg traject en follow-up onderzoek. Zowel individueel als in een groep. Wij zien nazorg als evident onderdeel van de behandeling. Om een eetstoornis echt uit het systeem van de cliënt te krijgen en te houden, is nazorg in welke vorm dan ook noodzakelijk. Ook vragen we ex-cliënten na verloop van tijd een vragenlijst in te vullen om na te gaan wat het effect van de behandeling is op lange termijn.
Nb. Natuurlijk kleven aan deze voordelen ook nadelen en valkuilen. In de training van de HC therapeuten en in de reader wordt hier uitgebreid op in gegaan. Voor meer informatie hierover, schrijf naar c.netten@humanconcern.nl
[top]





