DSM (-IV-TR) classificatiesysteem

Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders

Het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (kortweg DSM) is een Amerikaans handboek voor diagnose en statistiek van psychische aandoeningen dat in de meeste landen als standaard in de psychiatrische diagnostiek dient. Met behulp van dit classificatiesysteem kunnen psychische stoornissen worden gediagnosticeerd aan de hand van een aantal criteria waaraan het ziektebeeld moet voldoen.

De huidige versie (uit 2000) is een tekstrevisie op de vierde druk, aangeduid als DSM-VI-TR

307.52 Anorexia Nervosa

A. Weigering het lichaamsgewicht te handhaven op of boven een voor de leeftijd en lengte minimaal normaal gewicht (bijvoorbeeld gewichtsverlies dat leidt tot het handhaven van het lichaamsgewicht op minder dan 85 procent van het te verwachten gewicht; of het in de periode van groei niet bereiken van het te verwachten gewicht, hetgeen leidt tot een lichaamsgewicht van minder dan 85 procent van het te verwachten gewicht).

B.  Intense angst in gewicht toe te nemen of dik te worden, terwijl er juist sprake is van ondergewicht.

C.  Stoornis in de manier waarop iemand zijn of haar lichaamsgewicht of lichaamsvorm beleeft, onevenredig grote invloed van het lichaamsgewicht, of lichaamsvorm op het oordeel over zichzelf of ontkenning van de ernst van het huidige lage lichaamsgewicht.

D. Bij meisjes, na de menarche, amenorroe, dat wil zeggen de afwezigheid van tenminste drie achtereenvolgende menstruele cycli. (Een vrouw wordt geacht een amenorroe te hebben als de menstruatie alleen volgt na toediening van hormonen (bijvoorbeeld oestrogenen).)

Specificeer het type:

307.51 Boulimia nervosa

A.  Recidiverende episodes van vreetbuien. Een episode wordt gekarakteriseerd door beide volgende:
  1. Het binnen een beperkte tijd (bijvoorbeeld twee uur) eten van een hoeveelheid voedsel, die beslist groter is dan wat de meeste mensen in eenzelfde periode en onder dezelfde omstandigheden zouden eten;
  2. Een gevoel de beheersing over het eten tijdens de episode kwijt te zijn (bijvoorbeeld het gevoel dat men niet kan stoppen met eten of zelf kan bepalen wat of hoeveel men eet).
B.  Recidiverend inadequaat compensatoir gedrag om gewichtstoeneming te voorkomen zoals zelfopgewekt braken; het misbruik van laxantia, diuretica of klysma’s of andere geneesmiddelen; vasten; of overmatige lichaamsbeweging.

C. De vreetbuien en de inadequate compensatoire gedragingen komen beide gemiddeld ten minste tweemaal per week gedurende drie maanden voor.

D. Het oordeel over zichzelf wordt in onevenredige mate beïnvloed door de lichaamsvorm en het lichaamsgewicht.

E.  De stoornis komt niet uitsluitend voor tijdens episodes van anorexia nervosa.

Specificeer het type:


Eetbuistoornis (voorgestelde onderzoekscriteria voor "Binge-eating disorder")

A.  Recidiverende episodes van eetbuien. Een episode wordt
gekarakteriseerd door volgende kenmerken:
  1. Het binnen een beperkte tijd (bijvoorbeeld twee uur) eten van een hoeveelheid voedsel, die beslist groter is dan wat de meeste mensen in eenzelfde periode en onder dezelfde omstandigheden zouden eten;
  2. Een gevoel de beheersing over het eten tijdens de episode kwijt te zijn (bijvoorbeeld het gevoel dat men niet kan stoppen met eten of zelf kan bepalen wat of hoeveel men eet).
B.  De eetbuien hebben tenminste drie (of meer) van de volgende kenmerken:
  1. Sneller eten dan normaal;
  2. Dooreten tot men zich onbehaaglijk vol voelt;
  3. Grote hoeveelheden voedsel eten zonder fysieke honger te voelen;
  4. Alleen eten omdat men zich schaamt voor de hoeveelheid;
  5. Zich walgelijk, somber of schuldig voelen na het overeten.
C.  Aanzienlijke spanning over de eetbuien.

D.  De eetbuien komen gemiddeld tenminste twee dagen per week gedurende zes maanden voor.

E.  De stoornis komt niet voor tijdens anorexia nervosa of boulimia nervosa.


307.50 Eetstoornis Niet Anderszins Omschreven (NAO)

De categorie ‘eetstoornis Niet Anderszins Omschreven’ dient voor eetstoornissen die niet voldoen aan de criteria van enige specifieke eetstoornis. Tot de voorbeelden horen:
  1. Bij vrouwen wordt voldaan aan alle criteria van anorexia nervosa, behalve dat betrokkene geregeld menstrueert.
  2. Aan alle criteria van anorexia nervosa wordt voldaan, behalve dat, ondanks significant gewichtsverlies, het huidige lichaamsgewicht van betrokkene binnen de normale grenzen ligt.
  3. Aan alle criteria van boulimia nervosa wordt voldaan behalve dat de vreetbuien en de inadequate compensatiemechanismen voorkomen in een frequentie van minder dan tweemaal per week of met een duur van korter dan drie maanden.
  4. Het geregeld tonen van inadequate compensatoire gedragingen na het eten van kleine hoeveelheden voedsel bij iemand met een normaal lichaamsgewicht (bijvoorbeeld zelfopgewekt braken na het eten van twee koekjes).
  5. Herhaald kauwen op en uitspugen van, maar niet doorslikken van grote hoeveelheden voedsel.
  6. Eetbuistoornis (‘Binge-eating disorder`): terugkerende episodes van eetbuien in afwezigheid, het geregeld tonen van inadequate compensatoire gedragingen die karakteristiek zijn voor boulimia.

Voorgestelde criteria van 'overeten/overgewichtstoornis'

A.  Preoccupatie  De zelfbeoordeling wordt overmatig beïnvloed door de lichaamsomvang en het gewicht.

B.  Overeten  Minsten twee dagen per week gedurende drie maanden wordt per dag een totale hoeveelheid voedsel ingenomen die veel hoger is dan de fysiologische behoeften in normale omstandigheden.

C.  Overgewicht  Na drie maanden overeten is de Body Mass Index (BMI of Quetelet Index) gedurende minstens een maand gelijk aan of groter dan 25 (bij een BMI van 30 spreken we van obesitas, bij een BMI van 40 van morbide obesitas)

Subtypes:

[top]



Home
HC op de auto
Human Concern Eetstoornissen Eetproblemen Omgeving Behandeling Zoek je therapeut Info & Aanmelden Bestel brochure Boekenshop Nieuwsbrief Nieuws/Agenda Pro Ana/Mia sites Doneren Werken bij ons Opleiding Inlog medewerkers
Disclaimer Colofon
Powered by BlueBear en TIC4
Zoekmachine optimalisatie