Ontstaan
Bijzonder ontstaan
Grondlegger van de specifieke visie en het concept van Stichting Human Concern is Carmen Netten (1967) die zich vanaf 1997 tot op de dag van vandaag bezig houdt met de ontwikkeling van de behandelmethode voor eetstoornissen en het opzetten van een organisatie met ervaringsdeskundige therapeuten (Ervaringsprofessionals®).
Haar eigen ervaring met het doorleven en overwinnen van Anorexia Nervosa en Boulimia Nervosa hebben destijds geleid tot haar besluit om vrouwen en mannen met deze problematiek professioneel te begeleiden. Als psycho-sociaal therapeut | counsellor en GGZ agoog heeft zij ruim 15 jaar ervaring met het behandelen van cliënten met een eetstoornis en hun omgeving.
In 2003 heeft dit alles geleid tot het officieel oprichten van Stichting Human Concern (HC) – centrum voor eetstoornissen. De oprichting van de stichting is ontstaan vanuit de behoefte om de opgedane kennis en ervaring, de visie en methode uit te dragen naar meerdere ervaringsdeskundige therapeuten om op deze manier een groter aantal cliënten echt te kunnen helpen. De vraag naar een andersoortige behandeling, die niet alleen het symptoom aanpakt bleek (en blijkt) namelijk groot.
Het is haar wens en tevens doelstelling haar ideeën over de behandeling van eetstoornissen verder te ontwikkelen en uit te dragen. Met als belangrijke aanvulling, het concreet gestalte geven aan de professionalisering van ervaringsdeskundigheid. Om hiermee een waardevolle bijdrage te leveren aan de behandeling en genezing van diegenen die lijden aan een eetstoornis.
Vanuit ervaring
Mijn eetstoornis ervaring begon op mijn 12de met Anorexia en ging later over in een vorm van Boulimia. Tot ongeveer mijn 27ste werd mijn leven totaal beheerst door eten en niet eten. Aankomen en afvallen. Met me heel soms even ‘goed’ voelen, maar meestal verschrikkelijk wanhopig, angstig en slecht. Een enorm zwarte periode van mijn bestaan als ik erop terug kijk. Ik had in die tijd geen idee wie ik was en wat ik wilde. Ik was mijzelf volledig kwijt. Richtte me op het eten omdat ik op die manier nog een beetje het gevoel had dat ik iets goed kon of me ergens aan vast kon houden. Ik hield mijn hoofd boven water, was aan het overleven. Maar leven kon ik niet. Niet genieten, niet meedoen met anderen, niet ‘normaal’ zijn, niet blij zijn met mijzelf en later ook niet meer met anderen. Ik vereenzaamde, kwam in een isolement terecht en sloot mij samen met mijn grootste vriend en vijand; het eten, op.
Ik kon eenvoudigweg niet voldoen aan de eisen en de spelregels van het leven. Ik vond het te ingewikkeld, te beangstigend, te onwennig. Ik wist niet hoe. Wat was normaal, wat wilde ik, wat vonden anderen? Zoveel keuzes te maken. Zoveel stappen te zetten. Zoveel verplichtingen en verwachtingen. Ik begon er dus maar niet aan. Voelde me ‘veilig’ in mijn holletje samen met mijn eetverslaving. Maar gaandeweg voelde niets meer veilig, ook niet het eten. Want ook dat kon ik inmiddels niet meer onder controle houden. Net als de rest van mijn leven. Nu was het echt een warboel geworden.
Het begon langzaam tot me door te dringen dat ik hulp nodig had.
En zo begon ik mijn zoektocht in de hulpverlening. Van huisarts, naar psycholoog, naar psychiater, naar psychotherapeut, binnen instanties, buiten instanties, regulier, alternatief, opnames en ambulante behandelingen, in groepen en individueel, gericht op de symptomen, gericht op de oorzaken, gericht op vroeger of juist op nu, te weinig aandacht voor het eten, te veel aandacht voor het eten, met of zonder hulp van medicijnen… Je kan het zo gek niet noemen of ik had het wel gehad. Maar niets hielp echt. Wel kleine beetjes, voor bepaalde stukjes van mijn probleem, of bepaalde periodes. Maar er echt helemaal en voorgoed van af komen dat niet. Mijn wanhoop groeide en mijn lust om te vechten, mijn hoop op de toekomst, mijn vertrouwen in de hulpverlening verdween beetje bij beetje. Totdat ik het bijna opgaf. Ik zou er toch nooit van af komen. Ik moest er maar mee zien te leven…
Maar zo vasthoudend als ik altijd was geweest om het eetprobleem te beschermen, mijzelf te beschermen, zo vasthoudend was ik ook om er van af te willen komen. Ik besloot na de zoveelste vruchtloze poging binnen de hulpverlening om het nu maar eens zelf op te knappen. Met alle kennis die ik her en der had opgedaan. Met behulp van mijn eigen wilskracht, mijn inmiddels opgedane ervaring met therapie en mijn kennis over mijn eigen eetprobleem, maakte ik een begin om eindelijk afscheid te nemen van mijn eetstoornis.In de jaren daarna lukte het mij zelfstandig om volledig van mijn ‘chronische’ eetstoornis af te komen.
Toen ik genezen was begon ik mij wederom intensief bezig te houden met dit onderwerp, maar nu op een geheel andere manier. Ik ging een opleiding doen binnen de GGZ, deed veel vrijwilligerswerk onder andere voor de Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, begeleidde groepen en richtte mijn eigen praktijk op voor mensen met eetstoornissen. Nu kon ik eindelijk toetsen of mijn ideeën werkelijk zouden leiden tot het oplossen van ernstige en minder ernstige eetproblemen, zoals het mijzelf ook geholpen had. Ik gebruikte niet alleen mijn vakkennis tijdens de behandeling maar combineerde dit met het actief en doelgericht inzetten van mijn eigen ervaring. Later zou deze combinatie, namelijk van professie en ervaringsdeskundigheid, ‘ervaringsprofessie’ gaan heten. De behandelaar als ervaringsprofessional was geboren.
Niet alleen merkte ik was het belangrijk om de juiste methode te vinden en de juiste grondhouding te gebruiken naar cliënten, maar wat dit alles extra kracht gaf was mijn eigen ervaring. Ik koos er dan ook voor om die doelgericht in te zetten tijdens de behandelingen die ik gaf.
Een vertrouwensband was er eigenlijk altijd al meteen bij het kennismakingsgesprek. Openheid en eerlijkheid was er ook meteen van de cliënt. Ik was immers zelf ook open. Hoop op verbetering en de kans om volledig beter te worden kon ik meteen overdragen omdat ik daar een levend voorbeeld van was. Motivatie, die bij veel cliënten tot het nul punt was gedaald na talrijke vruchteloze pogingen binnen de traditionele hulpverlening, steeg als vanzelf. Ik hoefde daar allemaal niet bijster veel voor te doen. Het enige wat ik hoefde te doen, was mijn eigen ervaring laten spreken binnen de rol die ik had als hulpverlener. Om mij vervolgens te uiten in begrip, liefde, betrokkenheid, allertheid en herkenning. Dit was de rotsvaste basis waarop de behandeling kon steunen. Waarop het contact met en het herstel van de cliënt kon groeien. Een bijzonder vruchtbare grond, dat bleek keer op keer.
Nog weer later kreeg dit alles een bredere opzet omdat ik met andere gelijkgestemde ervaringsdeskundigen in contact kwam. Dat resulteerde uiteindelijk in de huidige vorm van Stichting Human Concern.




Laatste Comments