Inspiratie verhalen
Reacties clienten
![]()
Bijna waar ik zijn moet – Blof
Op negenjarige leeftijd verloor ik mijn vader na een lang ziekbed aan een leverziekte. Hierna veranderde alles. Niets in mijn leven was meer vanzelfsprekend. Niets in mijn leven was zeker, waardoor ik overal angstig voor werd. Ik verlangde naar liefde en geluk, dat ik zelf moest vinden in een veranderende wereld. Maar mijn onzekerheid stond mij in de weg. Ik had het gevoel nergens controle over te hebben, maar over mijn gewicht had ik dat gek genoeg wel. Ik viel in een anderhalf jaar tijd negentien kilogram af, omdat ik mijzelf eerst gewoonweg wat stevig vond. Maar het bleef onrustig vanbinnen. Ik zocht mijn uitweg in niet-eten. Op de één of andere manier kon dat mijn onrustige gevoel sussen en zo kreeg ik even het gevoel weer rustig adem te kunnen halen. Maar dit gevoel was helaas altijd maar voor even. Niet-eten was geen blijvende oplossing, maar toch hield ik mijzelf keer op keer voor de gek. Alsof er een soort drang binnen in mij leefde, die telkens vroeg om niet te eten. En al gaf ik hieraan toe, dan moest ik hieraan steeds weer toegeven. Ik kwam in een sleur terecht, in een negatieve spiraal die mij leek mee te trekken naar steeds diepere afgronden. Zo erg zelfs dat ik mij soms volslagen wanhopig voelde.
Twee klinische opnames volgden, waarin ik meerdere malen op het punt heb gestaan om het op te geven. De innerlijke strijd putte mij zo uit. Ik voelde mij zo alleen. Ik had het gevoel alsof ik helemaal alleen was met mij verdriet. Ik kon soms huilen, gewoon uit pure wanhoop, frustratie en verdriet. Het leek wel alsof ik de enige was op deze wereld die mijzelf enigszins kon begrijpen en die wist hoe moeilijk ik het had. Ik wilde zo graag deelnemen aan alles en met iedereen meedoen, maar ik trok mij steeds weer terug uit machteloosheid. Ik wilde graag mensen om mij heen hebben en met anderen willen lachen en huilen, maar ik kon mij er vaak niet toe zetten om mij kwetsbaar op te stellen. Ik wilde andere uitleggen waar ik mee bezig was, wat er in mij leefde en waarom ik soms zo onbegrijpelijk reageerde. Maar als ik dat probeerde, merkte ik inderdaad dat de ander mij niet begreep, waardoor het gevoel van eenzaamheid hierdoor alleen maar versterkt werd.
Hoewel iedereen mij hulp aanbod, greep ik deze kansen niet. Ik vocht alleen tegen de anorexia. Ik bewandelde de donkere weg, want ik had geen andere keuze. Ik deed het voor anderen, niet voor mijzelf. Het was zwaar, heel zwaar. Maar niemand kon mij helpen. Alleen ik kon het gevecht in mijn hoofd leveren. Mensen waren er wel om mij te supporteren. Ik stond op het veld in het stadion, mijn supporters zaten in de tribune, met grote vlaggen, toeters en spandoeken: ‘Meid, je kan het!’ Ik wilde er niet naar kijken. Ik wilde geen aandacht, ik wilde niet vechten en ik wilde het al helemaal niet kunnen. Wie is er nu zo laf om de anorexia los te laten? Maar als ik per ongeluk een spandoek of een toeter zag, deed dat mij stiekem wel goed.
Dat ik niet wilde, dat ik niet door wilde zetten, schreeuwde de anorexia in mijn hoofd. Diep in mijn gebroken hartje zat namelijk de echte ik die wél echt wilde. Want ik wilde ook gewoon leven zoals een ieder ander leefde Alleen ik mocht dat niet van de anorexia – die zo overheerste in mijn hoofd, die zo veilig leek, maar die dat niet was – en ik wist überhaupt al helemaal niet ‘hoe’ ik beter kon worden. Ik had geen vertrouwen in mezelf, maar mijn omgeving bleef dat wel houden. Ik moest door deze ellende heen, maar daar moest ik zelf wel open voor staan. Ik moest zelf beter willen worden. Ik moest iets van die muur afbreken en hulp toelaten, want zo kwam ik niet verder. Een derde opname wilde ik ook niet. Ik wilde lol maken, leven. Met ups and downs, maar dat hoorde er ook bij. Het is niet ziek of beter. Daar zit een heel traject tussen, net als zwart en wit. Daar zitten drieduizend kleuren grijs tussen. Ik moest stappen nemen, de angst aangaan. Mezelf uitdagen door stapje voor stapje aan de slag te gaan met mijn eetpatroon, met mijn gewicht en mijn foute gedachten. Ik struikelde meerdere malen, maar elke keer wist ik weer overeind te krabbelen door de liefde die ik kreeg vanuit mijn omgeving. Van deze ervaringen leerde ik hoe ik het de volgende keer anders kon doen om te voorkomen dat het weer op een teleurstelling zou uitlopen.
Ik durf nu weer plannen te maken voor de toekomst. Iets waar ik voorheen héél bang voor was. De toekomst stond voor mij gelijk aan onzekerheid, en onzekerheid zorgde bij mij voor paniek.
Ik weet nu waar mijn valkuilen liggen. Het heeft lang geduurd voordat ik dat zag, omdat ik het simpelweg niet in wilde zien. Ik ontliep alles en iedereen, om mezelf te beschermen tegen nog meer problemen en verdriet. De anorexia had mij in zijn macht. Enerzijds gebruikte ik dat ook als excuus. Ik had de pech om anorexia te ontwikkelen, maar dat wilde niet zeggen dat ik er niet tegen kon vechten. Ik ben ervan overtuigd dat je beter kunt worden, en de enige die dat kan doen ben jij zelf. Je moet er alleen voor open staan en het zelf écht willen. En je zult zien dat het met vallen en opstaan zal gaan, maar daardoor zul je ontdekken dat als er mindere tijden aanbreken, je weet dat er ook betere tijden zijn.
Het leven is zo veel kleurrijker, zo veel mooier op het punt waar ik nu sta. Het is vaak tegen mij gezegd. Toen geloofde ik het niet, maar het is echt waar! Ik ben tot hier gekomen, en met de regen in mijn rug weet ik waar ik ben. Weet ik dat ik mag dromen. Ik ga nooit meer terug, nooit meer.
liefs, Joyce
Mijn leven met anorexia
Het is een hartnekkige ziekte, die eetstoornis. Het begint onschuldig, maar het sluimert en sluimert en stopt helaas niet. Bij mij begon het ooit door, zoals ik het noem, een samenloop van omstandigheden. Ik was onzeker over mijn uiterlijk, had het gevoel dat ik nergens bij hoorde en voelde teveel controle vanuit thuis. Wat moet je dan als 15 jarige?
Eerst was het een dag, toen was het een week en tegen de tijd dat ik het een maand volhield om niet te eten, was het eigenlijk al te laat. In mijn laatste jaar HAVO schreef ik een profielwerkstuk over eetstoornissen, had ik gala in een op maat gemaakte jurk en was ik vooral diep ongelukkig omdat ik mezelf was. Stoppen met eten leek de enige oplossing. Waarom? Weet jij het, weet ik het.
De zomervakantie die volgde na mijn examenjaar was eigenlijk een groot drama. Alvorens we naar Zuid-Frankrijk vertrokken, ging ik met mijn familie uiteten bij een Mexicaans restaurant. Met de dieetpillen verstopt in de lange mouwen van mijn vest ging ik met tegenzin mee. Zonder dat iemand het zag, kreeg ik het voor mekaar om ze aan tafel in te nemen. Ik was een levende leugen. Lachend aan tafel, maar huilend op het toilet.
De kampeervakantie in Zuid-Frankrijk vergde dan ook de nodige voorbereidingen. Tijdens een avondje oppassen zat ik met acht potten dieetpillen aan tafel. Alle pillen getelt, alles onder controle. Voor iedere vakantiedag stelde ik een zakje pillen samen. Precies genoeg om twee verschrikkelijke weken door te komen. Ik kocht een trainingsbroek met een geheim zakje aan de binnenkant en vond een beautycase met dubbele bodem. Goede voorbereidingen om te liegen.
De vakantie verliep zoals verwacht dramatisch. Op de heenweg verstopte ik dieetpillen in het tasje van mijn spelcomputer. Bij iedere stop bij een tankstation nam ik pillen. Of ik een croissantje wilde voor onderweg? Nee, dankjewel.
De dagen op de camping waren zwaar. Bij het ontbijt zat ik verplicht aan het witte stokbrood met volvette smeerkaas. Dagen aan een stuk kon ik niet naar de wc en zat ik huilend in mijn tentje omdat ik mijn buik te dik vond. Bij de supermarkt moest ik verplicht een ijsje eten. Relaxen aan het zwembad in bikini was er voor mij niet bij. Ik wilde niet gezien worden. Aan het zwembad kon ik maar aan één ding denken. Ik ben dik. Ik ben dik. Ik ben dik.
Bij thuiskomst begon het gewone leven weer. Je kent het wel. Je ouders, wassen, strijken, poetsen. Koken… In die tijd ontwikkelde ik, geheel tegenstrijdig, mijn passie voor eten. Ik wilde koken, het liefste met de mooiste producten. Ik wilde laten zien hoe creatief ik kon zijn in de keuken. Ik wilde koken voor anderen. Niet voor mezelf.
Als mijn moeder broodjes meenam, gooide ik ze weg als ze met de hond ging wandelen. Als ze terug kwam had ik zogenaamd ontbeten. Als ik in het weekend mee moest ontbijten, bleef ik extra lang in bed liggen zodat ik ontbijt en lunch in één kon doen. Als ik ging oppassen rond etenstijd, dacht mijn moeder dat ik daar at en dacht mijn oppasgezin dat ik thuis at. Meerdere malen zat ik rond lunchtijd alleen in de bioscoop, struinde ik door de stad of verzon ik lunchafspraken met vriendinnen. Alles om 1 ding. Niet eten.
Met een vriendin die toen der tijd ook niet goed bezig was, had ik veel sms en mail contact. ‘Wat heb jij vanavond gegeten? Ik pasta, lekker lasagne, dat kotst zo makkelijk!’ Kotsen heb ik niet lang gedaan. Misschien vijf, tien keer? Ik kreeg een droge huid rondom mijn mond, lelijke tanden en een vieze adem. Niet erg aantrekkelijk.
Tijdens de hockeytraining kon ik mijn trainingsbroek niet meer aan mijn lijf houden. Ik werd dun. Misschien zelfs wel mager, al kan ik dat zelf nog altijd niet goed bevatten. Mijn moeder zette me wekelijks op de weegschaal. Vaak geheel onverwacht. Ik flipte. Het heerlijke gevoel van controle werd me opeens afgenomen. Ze kwam op mijn terretorium. Hoe lief en hoe goed mijn moeder ook voor me was, ik wilde haar niet meer in mijn buurt.
Toen de schoonmaakster mijn dieetpillen vond, kreeg mijn leven een ommeslag. Opeens lag het op tafel. Het was geen lijnpoging meer, het was geen puberraal gedrag meer, het had een naam. Anorexia. Kei hard, maar wel de waarheid.
Na een telefoontje van mijn moeder naar de huisarts, was ik in no time onder behandeling van een psycholoog. Een zogenaamd gespecialiseerde psycholoog op gebied van eetstoornissen. Geen ervaringsdeskundige. In dezelfde periode startte ik de HBO opleiding Journalistiek in Tilburg. Als ik naar huis ging miste ik expres de trein om vervolgens ‘een Ceasar Salad’ te eten bij de AH to Go. Als ik al een appel nam, was het veel.
De behandeling had totaal geen uitwerking en de eetstoornis werd eigenlijk alleen maar sterker. Sinds de vondst van mijn dieetpillen, heb ik deze nooit meer genomen. Kotsen wilde ik niet, dus er zat nog maar één ding op. Nog meer schrappen van de ‘mag ik wel’ naar de ‘mag ik niet’ lijst. Als je dit leest, en je zit in hetzelfde schuitje, dan ken je deze denkbeeldige lijst. De lijst die je opslaat op je harde schijf en die je vooral nooit loslaat.
Ook de opleiding journalistiek droeg niks bij aan mijn herstel. De studie waarin ik hoopte uitdaging en zelfontplooing te vinden, leverde me totaal niks op. Na twee maanden zette ik een punt achter mijn studie en kwam ik thuis te zitten. Een ramp voor mijn hoofd. Thuis zitten betekende eten.
Al gauw vond ik een baan als redactrice bij een vakblad. Ik voelde me vereerd. Toch bracht ik de dag door op één boterham, een half zakje cup a soup en wat fruit. Hoeveel voldoening ik ook kon halen uit mijn werk, niks was genoeg om de anorexia minder belangrijk te maken.
Na een jaar hard werken, vertrok ik met een vriendin op vakantie naar Malta. Om te genieten? Nee, om de bloemetjes buiten te zetten. De anorexia bloemetjes. Op de eerste vakantie zonder mijn ouders was ik niet hoofdzakelijk bezig met opstap gaan en genieten van teveel alcohol en foute jongens. Ik was bezig met genieten van niet eten. Dat ik tijdens het stappen na een uurtje eigenlijk te moe was om verder te gaan, was totaal niet belangrijk.
Op vakantie kreeg ik ruzie met mijn beste vriendin. Ik was continu chagrijnig, prikkelbaar en niet bepaald de ideale reisgenoot. Ondanks dat zij al die tijd wist van mijn eetstoornis, was dat ook voor haar een soort breekpunt. Er moest iets gebeuren.
Maar er gebeurde niks. Na mijn vakantie op Malta moest ik met mijn ouders mee op vakantie naar Normandië, Noord-Frankrijk. Met zijn 4’en zaten we in een appartement op een vakantiepark. Meerdere malen zijn we monumenten, dorpjes en kerken gaan bezichtigen. Al die keren nam ik brood mee voor onderweg. En al die keren liet ik onderweg het grootste deel van mijn brood vallen. Niemand die het zag.
S’avonds kookten we in het appartement. Of beter gezegd, kookte ík in het appartement. Urenlang kon ik bezig zijn met het ‘uitpluizen’ van bijvoorbeeld kip. Ieder mogelijk vetje werd van het vlees gesneden. Buiten het zicht van mijn familie gooide ik ook grote stukken kip gewoon weg. Hoe minder vlees in het gerecht, hoe beter.
Thuis begon het gewone leven weer. Mijn passie voor eten ging niet over een nacht ijs. Ik startte in september 2010 met de opleiding Food Design and Innovation aan de Hogeschool HAS Den Bosch. Tijdens de intro was het meteen raak. Een gezamelijke barbeque. Leuk? Anorexia zei nee. Ik zei ja. Jij mag raden wie er overheerste.
Na een salade met drie gamba’s vond ik het wel welletjes. Ik ontmoette een leuke jongen en had een fijne avond. Bij het kampvuur bood ik aan om broodjes te maken. Het was inmiddels vier uur s’nachts en iedereen had honger. Met een grote schaal witte stokbroodjes met brie, rucola en flink peper en zout, kwam ik terug bij de groep. Ze genoten. Ze bedankten me. Ik genoot ook. Van de aandacht, maar niet van het stokbrood.
De jongen die ik ontmoette tijdens de intro zag ik daarna nog vaak. We gingen koffie drinken, wijntjes drinken, naar de film en uiteindelijk uiteten. We gingen natuurlijk naar een restaurant wat ík had uitgekozen. Het was sjiek en innovatief, echt iets voor studenten Food Design. Mijn gedachten werkten op volle toeren. Ik probeerde mezelf gerust te stellen met de gedachte dat ik kon bestellen wat ik wilde. Tot de ober kwam met uitprobeerseltjes om te proeven. Amuses van de chef. Ik herinner me een mini ijsje met basilicum. Ik heb het geproefd. Want ik voelde me goed. Ik zat met een mooie man aan tafel en genoot van de avond.
Het concept van het restaurant gaf je de mogelijkheid om de halve kaart uit te proberen. Steeds kleine gerechtjes. Mijn date bestelde een gerechtje waarbij kokosmelk werd geserveerd. Ik hou niet van kokos. En ik hou niet van kokosmelk. Correctie. Anorexia houdt niet van kokosmelk. Ik heb op aandringen van mijn date een hapje geproefd. Ik was trots op mezelf.
Helaas mocht het hele plaatje niet baten. Hij woonde samen en liet zijn vriendin niet in de steek. Ondanks dat het hard aankwam, was ik er vrij snel overheen. Ik bleef het erg jammer vinden, maar kon wel mijn eigen weg vinden. Op school was het echter niet zo gemakkelijk.
We kregen college’s als sensoriek en kookkunst. Tijdens de sensoriek lessen was het de bedoeling om al je zintuigen te gebruiken en zo onderscheid te maken in producten. Proeven was essentieel. Via mijn studiebegleider kreeg ik vrijstelling voor dit vak. Ik was er niet aan toe om suikergehaltes in slagroom te onderscheiden.
Ook de lessen kookkunst brachten spanning mee. Na een tijdje kwam ik niet meer opdagen. Niet alleen omdat ik niet wilde proeven aan het einde, maar ook omdat ik de puf niet meer had om naar school te gaan. Een docente zei tegen me dat ik beter kon stoppen met de opleiding, zodat ik aan mezelf kon werken. Het jaar erna mocht ik het opnieuw proberen. Dat liet ik me niet zeggen.
Ik vocht en ik vocht en vond de kracht om op een middag na therapie een broodje te eten. Ik wilde laten zien dat ik me niet zomaar aan de kant liet zetten. Ik wilde me bewijzen.
Toch was de gevonden kracht helaas alleen een begin. Voor mijn moeder haar 50e verjaardag boekte ik kaartjes voor het concert van Ilse de Lange. Eerst gezellig uiteten in de stad en dan naar het concert. Dat pakte anders uit.
Wegens de enorme drukte in de stad, konden we nergens terecht. Allereerst liepen we zeker vijf rondjes over de markt om overal de menukaart te bekijken. Nergens wilde ik zitten. Tot we een tentje vonden. Vol. Uiteindelijk konden we alleen nog zoeken naar tentjes waar nog plaats was. Toen we eenmaal zaten kregen mijn moeder en ik ruzie. “Is hier iets wat je lust?”. Nee. “Waarom zitten we hier dan?”. Omdat hier plaats is. Weg. Uiteindelijk zaten we in een enorm sushirestaurant. Mijn moeder lust niet eens sushi. Ik bestelde drie stukjes sushi en een schaaltje soyabonen. Meer dan genoeg.
En zo zette het geheel zich voort. Mijn moeder en ik kregen een steeds sterkere band. Een dagje Amsterdam net voor de kerst bevestigde dat maar weer. We gingen winkelen voor een nieuwe winterjas en zouden aansluitend uiteten gaan. Het restaurant waar we gingen eten had ik van te vore opgezocht op internet. Mijn moeder deed zich voor als iemand die streng aan de lijn was. Toen de ober niet keek, wisselden we van bord. Ze schaamde zich voor de situatie. En ik ook. Maar wat moesten we anders?
Ik bleef volhouden dat ik meer ruimte voor mezelf nodig had. Controle. Niet alleen over eten, maar ook over andere, dagelijkse dingen. En dus ging ik met pasen met een vriendin naar Barcelona. Zo kon ik het jaarlijkse paasontbijt bij mijn oma ontlopen en kon ik in de Spaanse stad mijn eigen plan trekken. Wie nu denkt te lezen dat ik mezelf uithongerde, heeft het verkeerd. De eerste avond, net nadat we aankwamen, zat ik op een droog broodje. Ik wilde verder niets, maar voelde me een dweil.
De tweede dag leefde ik op. We stonden in een enorme kerk en staken een kaarsje aan, waarna ik in tranen uitbarstte. Mijn moeder en ik hebben al zo vaak kaarsjes aangestoken om te bidden voor beterschap. En nu stond ik op eigen benen in Barcelona, te bidden om kracht om tegen mijn eigen wil in te gaan. S’avonds lukte dat. Na een glaasje cava in een wijnbar, zei ik opeens uit het niets tegen mijn vriendin: “Ik moet niet zo zeiken. We gaan naar een tapasbar.” Hierop zei mijn vriendin dat ik de zaken niet moet overhaasten. Grappig, dat als je zolang niet wil eten, mensen bijna bang worden als je dat opeens wel wil.
In de tapas bar bestelde ik natuurlijk nog wel veilige gerechtjes. Gegrilde asperges, gekookte mosselen, groene salade. De gegrilde gerechtjes bestelde ik zonder olie, maar toch zag ik de olie op het bord terug. Ik vond nog steeds dat ik niet moest zeiken. Ik at.
Ook de avond daarna gingen we in hetzelfde restaurant eten. Het was een dure tent, maar ik trakteerde. Ik voelde me goed, alsof ik eindelijk even mocht genieten. De laatste dag gingen we naar een kasteel. Daar was een terras met een kleine tapasbar. Olijven, kapperappeltjes, ansjovis etc. Weliswaar allemaal in de olie. Mijn vriedin bestelde vanalles. En ik durfde te proeven
Onderweg stopten we bij een fruitbar, waar ze verse shakes maakten. We bestelden beiden een shake, maar toen ik de suiker erbij zag gaan, flipte ik. Ik was onredelijk. Ik wilde mijn shake niet meer en viel uit tegen de ober. Toch was mijn trip naar Barcelona een enorme opleving. Ik smste dagelijks trots naar huis over wat ik bereikt had. Maar in het vliegtuig naar huis maakte ik alweer boodschappenlijstjes. Bloemkool, broccoli, wortels en tomaten stonden alweer netjes bij elkaar onder het kopje ‘Lidl’.
Na het tripje naar Barcelona werd het mooi weer in Nederland. Echt weer om ‘gezellig’ te barbequen. Samen met mijn moeder zocht ik naar een oplossing. Want vlees op de barbeque en vervolgens mijn vis daarop? Nee. We zochten naar barbequebakjes en ik omwikkelde alles in de aluminiumfolie. Geen restjes vlees of spatjes vet die op mijn vis zouden komen.
Aan het eind van het schooljaar wilde ik een barbeque geven voor een aantal klasgenoten. Ondanks dat ik precies had gemaakt wat ík wilde, nam ik een laxeerpilletje. Ik weet niet eens meer waarom, misschien gewoon ‘omdat het kon’. Nooit eerder had ik ze gebruikt, maar nu had ik ze in huis voor als ik in Spanje in de problemen zou komen met mijn stoelgang. Spanje? Ja, ik had mezelf zover gekregen om vier weken als au pair te gaan.
Avonden aan een stuk lag ik wakker. Piekeren over het feit dat ik daar misschien wel eens dingen moest eten die ik eigenlijk niet wilde eten. Vier weken zouden dan wel heel erg lang zijn zonder controle. Ondanks de zenuwen viel het uiteindelijk heel erg mee. Ik kwam terecht in een zeer gezond etende familie en ze keken niet gek op van mijn liefde voor groenten en fruit. Wel keken ze op van de hoeveelheden die ik weg kon werken, van het feit dat ik geen verdere koolhydraten at en dat ik geen vlees wilde. Ze hebben me vaak naar dingen gevraagd, maar het woordje anorexia is niet gevallen. Ook wel eens rustgevend.
Tijdens de vier weken Spanje stond ik ook voor een hoop uitdagingen. Geen eet-uitdagingen, maar wel ‘mind’-uitdagingen. Want ook als ik ergens geen zin in had, moest ik zin maken. Ik was bij andere mensen en had grotendeels van de tijd twee kinderen onder mijn hoede. Dan kun je niet even overal tegenaan schoppen. Dan moet je jezelf altijd bij elkaar kunnen rapen. Ook als ze blijven smijten met speelgoed, aan je kop zeiken of als de vader des huizes klaagt dat je je schoenen moet opruimen en niet zo lang moet douchen. Slikken. Heel veel slikken.
Zeker ook op de momenten dat de familie van het gezin waar ik bij was langskwam. Als ik een avond alleen was met de kinderen, kwamen ze me uitleggen hoe ik eieren moest bakken. Als ik een ochtend alleen was met de kinderen en ik wilde koffie, kwamen ze wel even voordoen hoe het koffiezetapparaat werkte. Ik mocht toekijken. Toekijken hoe de controle me werd afgenomen. Ik geloof dat er rook uit mijn oren kwam, schopte die hele familie het liefste buiten de deur, maar ik bleef lachen.
Terug thuis waren de eerste dagen echt heerlijk. Ik had mijn ouders gemist. Mijn broer was nog op vakantie en ik had een paar fijne dagen met mijn ouders alleen. Ik kon het zowaar goed vinden met mijn vader en we praatten honderd uit over van alles en nog wat.
De week erna kwam mijn broer thuis en vertrokken mijn ouders voor twee weken naar Zuid-Frankrijk. Ik had niet geplant om minder te gaan eten of om me terug te trekken. Toch gebeurde het. Mijn broer was dagelijks druk met zijn vriendin en had geen oog voor mij. Mijn vrienden en vriendinnen waren druk, op vakantie of gewoonweg niet bereikbaar. Ik voelde me alleen, ongelukkig en deed niks. Ik had nergens zin in en begon te sjoemelen met mijn eten. Mijn enige uitje in de week was mijn bezoek aan Hesther. Lekker mijn gal spuien over hoe vreselijk mijn broer zich gedroeg. Natuurlijk was ik ook eerlijk over het feit dat ik minder at en nergens zin in had. Na een aantal goede gesprekken en de thuiskomst van mijn ouders ging het eten weer stukken beter.
In de laatste week van de zomervakantie was het tijd om mijn kamer in Capelle aan den IJssel te bezoeken. Waar? Inderdaad een vreemde plek om een kamer te huren, maar omdat ik voor mijn studie stage ging lopen in Capelle aan den IJssel moest ik daar woonruimte vinden. Ik kon terecht bij een Curacaose vrouw van 65 met een enorm appartement met drie slaapkamers. Ik kreeg mijn eigen slaapkamer en badkamer toe bedeeld.
En daar woon ik nu. Dagelijks heb ik veel beweging door de trappen bij de metro, door naar de bus te fietsen of door boodschappen te doen. Want op maandag is het boodschappendag. Ik word overal raar aangekeken vanwege alle groenten die ik koop. Groenten, groenten en nog eens groenten. Maar vlees, aardappels en pasta zijn nooit te vinden in mijn karretje. Met een enorme tas, met zeker 25kg aan boodschappen, reis ik terug naar mijn kamer. Meestal loop ik dan nog een stuk bergopwaarts met de grote albertheijn tas half op mijn rug en half over mijn schouder geslagen. De eerste week dat ik in Capelle verbleef, merkte ik al dat ik was afgevallen.
Thuis gaf ik dat eerlijk toe. Ik voelde aan mijn lijf dat ik weer slapper werd. Op een zondag voor ik terug naar Capelle wilde reizen, at ik een scheutje olijfolie bij mijn eten. Het was al een aantal weken op rij een doelstelling, maar steeds durfde ik het niet. De laatste sessie voor ik het toch deed, was erg emotioneel. Hesther gaf me toen een oppeppende preek en moest zelf ook een traantje wegpinken. We omhelsden elkaar en ik voelde me krachtig. De olijfolie was weer een overwinning.
Op een avond kwam een vriend me helemaal bij mijn stagebedrijf ophalen om mee te gaan naar mijn huis. Hij wilde graag mijn kamer zien en gezellig mee-eten. Voor hem had ik de avond ervoor al een pastasaus gemaakt. Geen spetters saus op mijn verse groenten. Toen we aan tafel zaten kon ik alleen maar denken: ‘je weet het gewoon’. Hij zei niks van het feit dat ik alleen groenten at, en hij een volledig pasta gerecht met saus.
Mijn stage in Capelle maakt me ook krachtiger. Ik put veel kracht uit mijn werk. Controle over wat ik doe en alles wat ik doe moet perfect. Toch brengt het ook weer veel stress met zich mee. Op de agenda staan drie grote food evenementen met verplichte lunches, diners en natuurlijk veel mogelijkheden tot proeven. Om het allemaal iets vertrouwder te maken, heb ik het een collega-stagaire vertelt. Een aardig meisje waarvan ik meteen het gevoel had dat ik van haar op aan kon.
Ondanks alle ellende, heeft de anorexia me gebracht tot waar ik nu ben. De controle, de wil, het doorzettingsvermogen en de ambitie kunnen me ver brengen zolang ik het in toom kan houden. Daar geloof ik in, en dat heb ik geleerd van de persoon die mij het hele geloof in mijn leven heeft teruggegeven. Hesther.
Onze sessies zijn serieus, maar er is genoeg ruimte voor gesprekken die los staan van de eetstoornis. We hebben ook vaak lol, lachen samen, huilen samen en hebben echt een band. Ze is er altijd voor me. Toen ik in Spanje zat installeerde ze zelfs skype voor me en nu ik in Capelle zit heb ik een vaste tijd op vrijdagmiddag voor therapie. Als me iets dwars zit mag ik altijd mailen, bellen of smsen. Zonder haar was ik niet waar ik nu ben.
Als laatste wil ik iedereen meegegeven dat anorexia meer is dan magerzucht. Dat is uit mijn verhaal hopelijk wel gebleken. Het maakt je dwangmatig, ‘in control’. Ik eet niet alleen slecht, maar ik maak bijvoorveeld ook dwangmatig boodschappenlijstjes. Ik moet continu zeker zijn dat ik geen groenten vergeet op te schrijven. Dat ik niet het risico loop om thuis te komen van de supermarkt en een stronk broccoli mis. Ik ga ook heel vaak naar de wc. Hoevaker ik mijn behoefte kan doen, hoe platter mijn buik lijkt. Mijn eigen ik weet ook wel dat dat niet zo is, maar toch houden ook dit soort kleine dingen je controle in stand.
Op dit moment gaat het echt beter met me. Ik ben sinds de start van de therapie bijna 10 kilo aangekomen. Dat is nogal wat… Toch heb ik er echt zelf voor gekozen. Ik eet nu s’ochtends en s’middags een snee brood en s’avonds een portie vis met groenten. Ik voel me stukken beter, energieker en ik ben vrolijk. Ik heb weer zin om dingen te ondernemen! Blijf dus niet met je eetstoornis rondlopen. In therapie gaan voelt misschien als de controle verliezen, maar de keuze is echt altijd aan jezelf!
Eline
Drie jaar geleden had ik niet gedacht dat het mij zou overkomen
Het afvallen ging goed, ik was weer gaan sporten waardoor het afvallen nog beter ging. Het ging echter te ver, zowel het afvallen als het sporten werden een obsessie. In mei 2008 ging ik met mijn mountainbike het Kaunertal (15 km lang en 2.755m hoog) in Oostenrijk fietsen terwijl ik ‘s ochtends alleen 50 gram yoghurt had gegeten. Nadat ik boven was aangekomen wilde ik niet extra eten. Daar is het dan ook eigenlijk al begonnen. Op een gegeven moment begonnen mijn partner en mijn ouders en zusje zich zorgen te maken. Mijn partner heeft een afspraak gemaakt bij de huisarts voor een consult en enkele dagen daarna was de diagnose Anorexia daar. In allerijl werd de crisisdienst van het GGZ in Den Bosch opgebeld waarna ik met spoed daarheen moest.Hier hadden ze geen afdeling voor eetstoornissen waardoor ik werd doorverwezen naar de GGZ in Tilburg. Van het begin af aan voelde ik me er niet op mijn gemak. Ik had het idee dat wat ik vertelde en deed niet belangrijk was en dat alles er om draaide me zo snel mogelijk op te nemen.
Gelukkig vond ik via een kennis van mijn partner een NLP therapeute in de buurt waar ik direct terecht kon. Mijn huisarts was het hier niet mee eens daar het geen reguliere behandeling was. Gelukkig heb ik mijn eigen wil door kunnen zetten en heb ik anderhalf jaar lang deze therapie gevolgd waardoor ik mezelf beter heb leren kennen. Ik was ervan overtuigd dat ik mijn eetstoornis op mijn manier moest behandelen. Ik ben dan ook in augustus 2009 op zoek gegaan naar een internist die mij kon helpen op gewicht te komen door sondevoeding te verstrekken. Helaas werkte mijn huisarts niet mee, wat me deed besluiten een andere huisarts te zoeken. Geen gemakkelijke opgave omdat veel artsen het risico niet durfden te nemen. Gelukkig vond ik een huisarts die me doorverwees naar een internist. Deze wilde in eerste instantie geen sondevoeding geven omdat het gevaar voor refeeding te groot was. Deze internist verwees me door naar de Rintveldkliniek in Zeist. Na mijn intakegesprekken daar mocht ik dan toch poliklinisch worden behandeld met sondevoeding. Begin mei 2010 werd ik voor een week opgenomen in het ziekenhuis en kreeg ik sondevoeding. Na mijn ontslag uit het ziekenhuis ben ik begonnen met de startgroep van de Rintveldkliniek. Ik ging 1 middag in de week naar deze groep waar we gesprekken hadden met lotgenoten onder begeleiding van een diëtiste en een EVV’er . De dreiging van opname in de kliniek bleef ook hier boven mijn hoofd hangen hetgeen mijn genezingsproces niet ten goede kwam. Na zes weken in de startersgroep te hebben gezeten werd ik overgeplaatst naar de dagbehandeling voor twee dagen per week. Ik leerde daar weer wat gewoon eten was. Onder begeleiding van een diëtiste werd gekookt, zodat ik ook weer leerde hoe een maaltijd klaargemaakt moest. Na zes weken kwam vervolgens weer de dreiging van opname hetgeen me geen goed deed. Mijn partner had inmiddels op de website van Human Concern een therapeute in Den Bosch gevonden. Ik heb haar gebeld en mijn verhaal gedaan. Ik werd uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek en het voelde allemaal heel vertrouwd en ontspannen. Heel anders dan in de Rintveldkliniek. Aan mijn begeleidster in de kliniek had ik aangegeven dat ik bij Human Concern op gesprek was geweest en dat dit mij een heel goed gevoel had gegeven. De Rintveldkliniek was van mening dat ik niet gelijktijdig bij hen en Human Concern in behandeling kon zijn. Ik werd dus voor de keus gesteld. Die was snel gemaakt en ik ben er nog steeds heel gelukkig mee. De laatste week van oktober 2010 heb ik afscheid genomen van de Rintveldkliniek en op 01 november 2010 ben ik bij Human Concern gestart met de therapie. Sinds die tijd is mijn gewicht toegenomen maar wel in de mate dat ik het kon accepteren. Eind mei 2011 heb ik zelf mijn sondevoeding gestaakt en ben helemaal over gegaan op het normale eten.
Mijn werkzaamheden op kantoor heb ik weer deels hervat en ook ben ik langzaam begonnen met het sporten. Eerst alleen wat spieroefeningen en sinds enige weken ben ik weer begonnen met spinning.
Ook ben ik weer op vakantie geweest en heb heerlijke bergwandelingen kunnen maken. Dit zijn allemaal dingen die ik in september 2010 nog niet voor mogelijk had gehouden. Ik geniet weer van het leven, ben veel rustiger geworden en kan mezelf beter accepteren. Ook ken ik wel eens moeilijke perioden maar ik weet dit redelijk te beperken en als het er is, dan is het even niet anders.
Met mijn behandeling ben ik al een heel eind en hoop dit begin volgend jaar met een goed gevoel af te kunnen sluiten.
Tessa Wijnen
Vertrouwen
Tijdens deze rotziekte heb ik verschillende fases meegemaakt, beginnend met ontkenning en een gevoel dat het juist goed was zoals ik bezig was met eten. Ik stopte ook niet van de ene op de andere dag met eten, maar ging steeds meer producten uit mijn voedingspatroon verwijderen. Het gaf een gevoel van controle en ik vond dat ik heel gezond leefde. Ik at toch supergezond en sportte veel?!
Later kwam het inzicht dat ik te weinig variatie in mijn voeding aanbracht en dat deze manier van eten mijn sportprestaties negatief beïnvloedde. Ik ging steeds langzamer rijden bij mijn schaatswedstrijden. In eerste instantie was dit echter juist reden voor mij om nog strenger te worden wat betreft het eten.
Via een diëtiste kwam ik bij een hulpverleenster die zowel diëtist als psycholoog is. Zij had ‘cliënten’ met eetstoornissen die varieerden van big eating disorder tot aan anorexia en boulimia. Ik gebruik hier bewust het woord ‘cliënten’, omdat ik dit de afstandelijkheid van deze behandeling goed vind weergeven. Ik was één van de cliënten en als mijn tijd om was, was de volgende aan de beurt. Ook dacht deze psychologe dat het goed was als ik me meer zou losmaken van mijn moeder, met wie ik een zeer sterke band had en gelukkig nog steeds heb. De gesprekken die ik bij deze mevrouw voerde vonden altijd plaats naar aanleiding van mijn gewicht, dat aan het begin van elke sessie gecontroleerd werd. Toen ik na bepaalde tijd niet genoeg aangekomen was gaf deze psycholoog aan dat ze mij moest doorverwijzen of de behandeling moest stoppen. Ik heb voor het laatste gekozen.
Eerst dacht ik dat ik het zelf wel kon oplossen. Mijn moeder en ik maakte een plan, gericht op aankomen. Bij elke tussenstap zouden we samen wat leuks doen. Een soort beloningssysteem dus. In het begin ging dit goed, maar helaas ging ik uiteindelijk meer en meer afvallen en kreeg steeds meer het gevoel dat ik nooit van mijn eetprobleem zou afkomen.
Gelukkig hield mijn moeder een onvoorwaardelijk vertrouwen in mijn wilskracht en doorzettingsvermogen. We zochten samen op internet naar behandelmethoden die misschien wel zouden werken. Ook mijn broer is een grote steun. Hij zorgde ervoor dat ik uiteindelijk echt de stap zetten om opnieuw hulp te zoeken.
Ik koos voor Human Concern. Met de therapeute die mij hielp hebben we steeds gezocht naar datgene wat voor mij, op dat moment goed werkte. Ik kreeg weer vertrouwen in mezelf en leerde mezelf beter te begrijpen. Ik begreep er namelijk niets van dat ik inmiddels zo goed wist hoe slecht ik voor mezelf zorgde en toch de anorexia niet mee kon stoppen. Ik leerde hulp te vragen aan mensen om me heen en af en toe nam ik mijn moeder mee naar therapie, omdat zij me thuis kon helpen. Eerst was ik alleen gericht op het aankomen en steeds teleurgesteld en boos wanneer dit niet lukte, maar ook bang en boos op mezelf wanneer het wel lukte. Mijn therapeute hielp me om in te zien dat er veel meer was dan het aankomen. We zijn nu een jaar verder en ik heb er samen met haar en de mensen om mij heen voor gezorgd dat ik weer lekker in mijn vel zit, mezelf beter begrijp en durf aan te geven wanneer ik hulp nodig heb. De persoonlijke benadering van mijn therapeute en het samen zoeken naar dat wat bij mij past hebben me enorm geholpen. Ik ben nog niet volledig genezen, maar ben op de goede weg. Ik ben inmiddels in een rustige, maar constant stijgende lijn aan het aankomen en het voelt goed! Ik durf er nu op te vertrouwen dat ik sterker ben dan de anorexia. Bedankt mam!
Anoniem
Vriend en Vijand
Het begon als een vriendschap. Ruim zes jaar geleden leerde ik je kennen. Zo snel dat ik het bijna niet door had, je sloop mijn leven binnen. Je werd al snel een beste vriend. Ik liet je toe, omarmde je, vertrouwde je en als ik het moeilijk had, was je er voor me. Ik voelde me veilig bij jou in die onzekere tijd. In de ochtend was jij het eerste waaraan ik dacht en als ik ging slapen het laatste waaraan ik dacht.
Je was voor een lange tijd mijn vriend, mijn allerbeste vriend…..totdat je de controle overnam. De controle over alles, over mezelf en over mijn leven.
Opeens was je er ook wanneer ik niet wilde dat je er was, meerdere malen op een dag, soms wel de hele dag. Je liet me dingen doen, dingen zeggen, die ik diep van binnen niet wilde….maar ik deed het toch, want jij had de controle.
Mijn ogen gingen open en ik zag je ware aard en ik zag dat je mijn vriend helemaal niet was. Je maakte me kapot! Het tij keerde en je werd mijn vijand, die ik liever kwijt was dan rijk. Maar je was zo diep mijn leven binnen geslopen, vastgenageld, dat ik moest vechten om je kwijt te raken. Je verstikte me, je had de touwtjes in handen. Het leek een eeuwigheid te duren. Veel te lang had jij, die mijn allerergste vijand was geworden, de controle en vreesde ik voor je.
Ruim vier jaar lang ben je mijn vijand geweest en was je de rode draad in mijn leven. Ongewild in mijn leven verweven. Ruim 4 jaar lang heb ik tegen je gevochten, viel ik, stond ik weer op na een verloren gevecht en ging weer door, door tot de overwinning. Ik ging door, omdat ik diep van binnen de vechtlust voelde. Ik wilde de vijand verdrijven. Ik kon mezelf diep van binnen voelen vol levenslust, de Claudia die al die tijd ondergesneeuwd was.
Bloed, zweet en tranen heeft het me gekost om de vijand aan te pakken, te verdrijven en de touwtjes zelf weer in handen te kunnen nemen. De afgelopen vier jaar heb ik stapje voor stapje afscheid van je genomen. Hoe graag ik ook afscheid van je wilde nemen, het was zwaar en vond het toch moeilijk. Om je in de ogen te kijken, je niet meer toe te laten, om je los te laten. Je was ooit mijn beste vriend en hebt me een lange tijd veiligheid gebracht.
We zullen elkaar vast nog wel eens tegen komen, maar je zult geen grip meer op mij hebben. Ik zal je tegenkomen, zien en ook zeker nog wel voelen, maar daarna zal ik je de rug toekeren, van je weglopen en niet meer omkijken.
Begin dit jaar heb ik het hoofdstuk kunnen en mogen sluiten. Het hoofdstuk ‘eetstoornis’, mijn allerbeste vriend en allerergste vijand. Jeetje, wat voelt dat groots, mooi en machtig! En wat ben ik trots op mezelf! Het is een lange, pijnlijke, maar leerzame weg geweest. En gek genoeg zou ik deze periode niet uit mijn leven willen wissen of wensen dat het nooit gebeurd was. Het heeft me namelijk iets moois gegeven, namelijk dat het me heeft gevormd tot de vrouw die ik nu ben.
Claudia van Leeuwen
Toen ik besloot de hulp in te roepen
Nu het eten dan eindelijk een minder grote rol speelde, werd pas duidelijk hoe leeg mijn leven eigenlijk was, en daar wilde ik graag hulp bij, van een ervaringsdeskundige. Bij eerdere therapieën en in de verschillende boeken die ik over anorexia gelezen heb, werd eigenlijk vrij weinig aandacht besteed aan deze aspecten, dus aan hoe je kunt werken aan de overgang naar een leuk, sociaal, volwassen leven. De website van Human Concern beviel me meteen, en ik heb uiteindelijk bijna drie jaar lang regelmatig gesprekken gehad met een Human Concern-therapeute.
Een leuker leven met meer sociale contacten werd dus het belangrijkste doel van mijn therapie. Ik ben erg blij met hoe dat concreet werd aangepakt door mijn therapeute. Ze dacht steeds actief mee over wat voor nieuwe initiatieven ik kon ondernemen, en samen bepaalden we dan wat ik wanneer zou gaan uitproberen. Door er steeds samen naar toe te werken, werd het makkelijker een bepaalde beslissing te nemen en de drempel om concreet actie te ondernemen lager. Daarbij fungeerde de therapeute ook als een oppeppende coach en fijne soort stok achter de deur, als de angstige en onzekere ‘stem’ in mij tegen begon te stribbelen.
Steeds voordat ik iets nieuws ondernam (bijvoorbeeld een nieuwe cursus uitproberen), liepen we samen verschillende scenario’s door, inclusief hoe ik me dan zou voelen en gedragen. Als ik het uiteindelijk dan echt ging doen, was het veel minder spannend, omdat ik het in gedachten al een paar keer had doorlopen. En dan lukte het me meestal ook beter me op mijn ‘voordeligst’ (meest zelfverzekerd) te presenteren.
Het hielp mij enorm dat alles bespreekbaar was, en ik me niet hoefde te schamen dat ik bepaalde dingen eng vond die voor anderen mensen de gewoonste zaak van de wereld zijn. Hierbij leerde ze me ook dat er verschillende personen/stemmen in me zitten, deels als gevolg van de eetstoornisgeschiedenis.
Ik vond het heel interessant te merken dat er naast de innerlijke negativist, waar de meesten mensen, met of zonder eetprobleem wel eens last van hebben, ook een beschermende stem en een volwassen, krachtige stemmen in me zaten. En dat het ook niet altijd handig was naar die beschermende stem te luisteren, omdat die me soms tegenwerkte en afremde bij nieuwe activiteiten. Zo kon ik uiteindelijk steeds beter daadwerkelijk die krachtige en volwassen persoon te zijn die er in principe ook altijd aanwezig is.
Daarbij hielp de therapeute me ook niet te perfectionistisch te zijn, en heb ik veel ‘trucjes’ geleerd waar ik nog steeds baat bij heb bij allerhande moeilijke beslissingen en lastige momenten (o.a. dat alles goed is, als ik maar iets probeer en niet blijf aarzelen en uitstellen; iets nieuws proberen levert uiteindelijk altijd wat op, of de ervaring nu mee- of tegenvalt).
Nu ik de therapie heb afgerond, ben ik een heel stuk verder. Ik durf veel meer dingen uit te proberen, en kan veel makkelijker knopen doorhakken. En met alle tips en informatie, kan ik ook verder blijven werken aan een nog leuker en voller leven. Mijn ervaring is dus dat je, juist als de eetstoornis al zo goed als ‘over’ is, veel baat kunt hebben bij een steuntje in de rug en coach. En die rol kunnen therapeuten van bijvoorbeeld Human Concern bij uistek vervullen. Zij begrijpen precies waar je nog mee worstelt, welke denkfouten je nog maakt, en hoe de eetstoornis nog doorwerkt in je (sociale) leven – en kunnen je vaak daarom beter helpen dan familie of vrienden, hoe betrokken en lief die ook zijn.
Maandag 15 maart 2010
Ik kan het heus wel.
Natuurlijk kan ik het. Waarom zou ik het niet kunnen?
Ik wil het immers toch?! En als ik iets echt wil, dan kan ik dat ook bereiken.
IK KAN HET GEWOON! VERDOMME.
Ik wil weer leven. Genieten. Me energiek voelen. Stralen. Vrolijk zijn. Mezelf zijn.
Ik wil weer tijd hebben voor de wereld om mij heen. Voor de mensen om mij heen.
Dingen doen die ik leuk vind. Reizen. Schrijven. Lachen. Huppelen. Lezen. Koken. Dansen. Uitgaan.
Ik wil niet meer bang zijn, niet meer leven vanuit angst.
Waarom zou ik geen vertrouwen hebben? Gewoon, vertrouwen in het leven. In mijn omgeving. In mijzelf. In mijn lijf. Vertrouwen in dat ‘alles goed komt’. Waarom ook niet?
Ik wil weg uit deze eenzame, donkere, kille gevangenis. Het is hier te benauwd.
Ik wil weer kunnen ademen. Ruimte. Vrijheid.
De deur zit op slot. Een groot hangslot. Van buitenaf onmogelijk te openen.
De sleutel heb ik in mijn handen. Ik ben de enige die mij kan bevrijden. Die de deur naar de vrijheid kan openen. De deur waarachter de zon met haar warme stralen op me wacht. Waar ik de vogeltjes kan horen fluiten. De bloemen kan zien bloeien.
Natuurlijk is het ook daar, aan die andere kant van de deur, niet altijd rozengeur en zonneschijn. Het zal er soms flink regenen. Donderen en bliksemen. Maar dat geeft niet. Dat kan ik hebben. Ik ben sterk genoeg om daarmee te dealen.
Ik, alleen ik, kan de sleutel in het slot steken, hem omdraaien, de deur openen en weglopen. Wandelen naar en door het echte leven. Ik kan huppelen en dansen ipv lopen. Ik kan rennen als ik dat wil. Ik heb ruimte. Ik kan weer ademen. Ik ben vrij.
Ik kan het. Ik kan het. Ik kan het.
Ik kan die sleutel omdraaien. Ik ben sterk genoeg.
Ik kan die deur openen. Ik kan die gevangenis uitlopen.
IK KAN HET!!
Ik kan het leven aan. Ik hoef niet bang te zijn. Want ‘alles komt goed… ’.
Ik kom weer in beweging
Ik kreeg hem zomaar in mijn hand
en haalde mijn kop weer uit het zand.
Ik opende mijn ogen,
stond nog wat voorover gebogen.
Keek eerst wazig, daarna helder om mij heen.
Voelde me alleen, maar hees mezelf weer op de been.
Ik moet blijven lopen
voelen en hopen
Er is een toekomst, een beeld, een paradijs.
Dus heb ik mezelf gezegd: Kom op meis!
Open je hart, ga leven
Blijf niet onzichtbaar, doelloos zweven
Ga voor zonlicht en wordt vinder
van je eigen weg als fladderende vlinder!
Esther
Eind juli 2006 meldde ik mij aan
Nadine
Afgelopen week
Op de vraag van mijn therapeute of ik me dat gesprek nog kon herinneren moest ik wel ja zeggen. Hij staat me nog bij als de dag van gisteren. Als bang en gesloten vogeltje kwam ik samen met mijn ouders binnen. Ook al had ik toegegeven dat ik aan een eetprobleem leed en ingestemd met een behandeling , zat ik toch nog in een ontkenningsfase.
De eerste periode van mijn behandeling zat ik dan ook uit met het idee dat ik het voor mijn ouders en anderen deed. Totdat ik me realiseerde dat ik na iedere behandeling steeds vaker met een opgeheven hoofd kon rondlopen. Ik kan me herinneren dat er tijdens een behandeling op het bord een grote cirkel getekend werd met een wir war van draden. In de cirkel werd een puntje gezet. Dit puntje was het deel dat eten voorstelde in al mijn activiteiten. Dit is me altijd bij gebleven, zodra ik tijdens een paniekaanval aan dit puntje dacht kon ik weer wat rustiger worden.
Ondanks het feit dat ik 39,5 kilo woog en niet at (op advies van het duiveltje in mijn hoofd) heb ik altijd geweten dat ik deze ziekte ging overwinnen.
Het gegeven dat mijn therapeut een ervaringsdeskundige is heeft me erg geholpen. Ze heeft me nooit vreemd aangekeken als ik mijn gedachten deelde en veroordeelde me niet. Mensen die de ziekte anorexia zelf niet hebben gehad zullen, hoe liefdevol ook, nooit helemaal begrijpen hoe je je voelt. De angst die je kan hebben en de gedachten die dag in dag uit in je hoofd zitten! Mijn therapeute begreep me en kon me daarin geruststellen. Voor mij was het fijn om te weten dat ik niet de enige was die zich liet leiden door een stem in je hoofd.
Door de visualisatie tijdens de behandeling werd ik steeds geconfronteerd met mijn ‘zieke’ kant en gezonde kant. Dit veroorzaakte af en toe een lachbui doordat mijn gezonde verstand er gewoon niet bij kon dat de ‘zieke’ kant zichzelf zo’n pijn kon doen.
Dit soort oefeningen zijn erg confronterend maar doen wel je ogen openen.
Twee jaar later ben ik weer bijna de persoon die ik wil zijn. Een 23 jarige meid die geniet van het leven, vrienden, werk, school en alles er om heen. Mijn aanvallen rond het eten zijn zo goed als verdwenen en bij moeilijk momenten heb ik mezelf snel onder controle. Ik laat mijn leven niet meer beheersen door eten en het stemmetje in mijn hoofd. Ik heb nog een lange weg te gaan om mezelf helemaal te accepteren zoals is ben, 100% mezelf mogen zijn en niet te streng voor mezelf. Maar met het doorzettingsvermogen waarover ik bezit, dat eerst negatief voor me werkte, ga ik het nu omzetten naar een positieve eigenschap. Ik ben sterk genoeg om er bovenop te komen. Ik schaam me niet meer voor het feit dat ik anorexia heb gehad en kan er goed over praten. Nu kom ik er achter dat dit een hele opluchting kan zijn.
Mensen moeten me accepteren zoals ik ben, ik mag, wil en kan ook genieten van het leven en samen met mijn vrienden leuke dingen doen!
Voor het gemak noem ik je E.
Na jarenlang een strak regime te hebben gevolgd waarin alles volgens regels en schema´s bepaald werd, er geen ruimte was voor extraatjes en vertroetelingen, kwam jij. Mijn redder, mijn geneugd in het leven, de kapitalist waar ik altijd haaks tegenover had gestaan.
Na magere jaren mocht ik eindelijk weer eens iets. De veel te strakke broekriem mocht weer wat losser, hij moest wel weer worden aangesnoerd maar eens in de zoveel tijd ging hij af, werd hij even rond gezwaaid om vervolgens weer in de dezelfde stand te worden teruggezet.
Wat aanvankelijk leek als het ideale beleid, bleek één grote façade. Een leugen waarin je mij tot ver hebt meegetrokken. Ik geloofde in je, wilde graag toegeven van jouw “Bevrijding”. Maar in wezen was het een ontsnapping met zeer gevaarlijke gevolgen.
Sinds een paar jaar heb ik eindelijk door waar je mee bezig bent. Je bent erop uit mijn leven te verwoesten. Je neemt mijn identiteit weg, mijn dromen, mijn hoop, mijn ik. Ik voel mij hierdoor rot en ben hierdoor een erg makkelijke prooi voor jou. Want jij bent er dan om alles te vergeten, mijn zorgen te doen versmelten. Eén grote illusie, weet ik nu, want na mijn toegeven aan jou, laat je mij weer in de steek en blijf ik achter met het hoopje stront waar jij weer een keuteltje bij op hebt gedrukt.
Maar nu beste E, nu ben ik degene die bepaalt. Ik kijk nog even toe hoe jij de ruiten ingooit maar je hebt zelf ook wel door dat ik ze van dubbelglas heb gemaakt waar je niet zo makkelijk meer doorheen gaat. Het is tijd voor een revolutie waarin IK de macht zelf overneem.
Annelotte
Geachte medewerkers/sters van Human Concern,
Mijn dochter heeft vorig jaar op 10-jarige leeftijd anorexia gekregen. Dit was voor haar en ons als gezin een complete nachtmerrie. Zij heeft 11 weken in het ziekenhuis gelegen en daarna hebben wij ambulante hulp gekregen. Inmiddels gaat het ontzettend goed met haar en is haar dossier gesloten. Natuurlijk houden we de vinger aan de pols en blijven we alert.
Jullie informatie en manier van werken spreekt mij ontzettend aan. Toch wil ik jullie niet onthouden van mijn ervaringen als moeder. Wij hebben haar d.m.v. onvoorwaardelijke liefde, eindeloos geduld en conditionering kunnen leren omgaan met haar eetprobleem. Met conditionering bedoel ik dat zij is gaan leren dat bij een normaal leven een normaal eetpatroon hoort. Verder hebben wij haar in contact gebracht met een natuurgeneeskundige, die haar heeft laten inzien dat zij een bijzonder persoon is met een eigen mening.
Ik hoop dat jullie iets hebben aan mijn ervaringen met anorexia. Ik hoop dat ik jullie hulp in de toekomst niet nodig zal hebben, maar mocht dit onverhoopt wel het geval zijn, dan neem ik zeker contact met jullie op, omdat ik van mening ben, dat jullie manier van aanpak een goede kans van slagen heeft.
Heel veel succes met jullie goede werk!!
Verslag van mijn ervaring bij de therapiegroep voor eetstoornissen
Vanuit mijn persoonlijke ervaring heb ik dit als een zeer doeltreffende manier gevonden om beter te worden. Door de gelijkwaardigheid van therapeut en cliënt, je deelt de ervaringen van een eetstoornis, kun je veel directer je problemen bespreken. Je hoeft immers minder uit te leggen zoals je zou moeten aan een ‘buitenstaander’. Voor iemand die nooit een eetstoornis heeft gehad is het moeilijk om zich te verplaatsen in jouw schoenen. Dat kan het genezingsproces vertragen omdat je vanuit een ‘buitenstaanders’ visie jezelf beter probeert te maken naast het feit dat je tot het beschamende toe alles moet verklaren en verantwoorden.
Hoe anders was dat in de therapiegroep. Ik heb er een lange periode gebruik van gemaakt, om van mijn boulimia eetstoornis te genezen die 15 jaar heeft geduurd. ‘Gedeelde smart is halve smart’ luidt het spreekwoord en dat geldt zeker voor deze manier van hulpverlening. Want een eetstoornis maakt alleen. Na jarenlang in een verstikkend isolement geworsteld te hebben ging er een wereld voor me open bij de groep. Al die anderen hebben hetzelfde als ik ? De schaamte voorbij werkte het praten over mijn problemen bevrijdend. Want ik deed het samen, ik deelde mijn ervaringen en kon er notabene over lachen omdat de anderen het ook zo goed kenden. Dit resulteerde in een zeer gezonde manier van relativeren. Doordat ik mij kon spiegelen aan de anderen in de groep kreeg ik vergelijkenderwijs meer overzicht over mijn eigen eetstoornisgedrag.
Genezing komt met het bewustwordingsproces van je handelen en psyche. Dit heb ik in de veiligheid die de groep me heeft geboden kunnen ontwikkelen. Ik ben zeer dankbaar voor de steun, de humor, de tranen, de verhalen kortom de waarachtige menselijkheid die dit contact met lotgenoten heeft voortgebracht.
Ik dank er mijn genezing aan. Ik ben weer mens.
Marjolein Kommer
Ervaring met individuele therapie
Ik was via een collega bij Carmen terecht gekomen. Eigenlijk stond ik zelf nog niet helemaal achter het idee dat ik in therapie zou gaan, maar ik had het gevoel dat ik het wel moest doen na alle moeite die anderen voor mij hadden gedaan om mij te helpen. Ik stond dus ook niet helemaal open voor de therapie in eerste instantie. Ik had dan wel gezegd dat ik Boulimia had, maar zelf had ik niet het gevoel dat therapie mij kon helpen. Ik had altijd alles zelf gedaan, en ik wist ook wel hoe ik dit moest oplossen. Ik moest gewoon 5 kilo afvallen en dan had ik geen probleem meer. Dat had ik bedacht. Maar zo werkte het natuurlijk niet, al had ik dat toen niet helemaal door.
Ik heb één op een therapie gehad. In het begin vond ik het heel moeilijk om naar de therapie toe te gaan. Ik zag er tegenop. Ik wilde niet mijn verhaal aan een vreemde doen. Ik kon mij niet voorstellen dat een vreemde mij zou kunnen helpen. Toch kon ik er niet omheen dat ik mij op mijn gemak ging voelen bij mijn therapeut. Na verloop van tijd ging ik juist uitkijken naar de therapie. Dat waren de momenten dat ik mijn verhaal kwijt kon.
De reden dat ik mij op mijn gemak ging voelen was vooral de herkenning. Als ik over iets vertelde, wist zij wat voor gevoel ik daarbij had gehad. Gewoon, omdat ze die gevoelens zelf ook had gehad. Ik hoefde dat niet uit te leggen, en ik werd er ook niet op aangekeken. Ook werd ik niet afgerekend op mijn eetstoornis. Als ik een vreetbui had gehad vond ik dat heel erg, en had ik het gevoel dat ik had gefaald. Door de gesprekken met Carmen begon ik in te zien dat ik mij niet hoefde te schamen voor mijn eetstoornis en alles wat daarbij komt. Ik heb mijn eetstoornis hierdoor langzaam los kunnen laten. Het vele malen wegen per dag werd langzaam minder. Ik leerde opnieuw goed te eten, en geen maaltijden over te slaan. Zonder dat alles in 1 keer goed moest gaan.
Ik begon in te zien dat ik mij prettiger voelde zonder eetstoornis als met. Door de gesprekken begon ik in te zien dat ik de moeite waard was, en dat ik niet zo slecht was als ik zelf dacht. Ik begon mijn eigen kwaliteiten te zien, en niet alleen mijn fouten. Doordat Carmen zelf had meegemaakt waar ik mee bezig was, nam ik dingen van haar aan. Ze wist immers waar ik het over had, dat bleek uit alle gesprekken. Daardoor probeerde ik de dingen die ze mij aangaf en gaf ik het een kans. En daardoor kon ik erachter komen dat ik mijn eetstoornis niet nodig had. Ik had immers het voorbeeld tegenover mij zitten. Ik kreeg grip op mijn eetstoornis en kon deze uiteindelijk loslaten.
B. te Zilk
Hallo allemaal,
Ik heb zelf al heel wat jaren(vanaf m’n pubertijd tot nu,36jr) een eetstoornis. Meest passend onder BED. Ik ben nu twee en half jaar in therapie bij een lichaamsgericht therapeute en sinds die tijd steeds op gewicht gebleven. Ik weeg nog wel veel en veel teveel om lichamelijk me lekker te voelen en de eetstoornis is ook niet weg. En dat stuk wil ik nog aan werken.
Ik las allerlei dingen op jullie site en kom veel tegen van wat ik ook in mijn therapie heb geleerd en ervaar dit als heel positief dat er nu ook eindelijk therapeuten zijn die op deze manier mensen met eetstoornissen helpen de weg te vinden. Alhoewel de therapie die ik doe niet gericht is op m’n eetproblemen en meer op alles wat ik in m’n leven ben tegengekomen. Ook al voel ik me innerlijk veel beter en lukt het me nu om op gewicht te blijven, het lukt me niet om neutraal tegen het eetprobleem aan te kijken (ik vind dit overigens een hele fijne en wijze visie!).
Toch helpt me deze site vast op weg. Helaas is jullie praktijk te ver van ons vandaan. Wel kan ik kracht putten uit wat jullie schrijven, ga vooral door!!!
Heel veel succes met jullie werk!!!
Lieve groeten, M
Dag medewerkers van Human Concern.
Al lezende dacht ik “he he eindelijk eens een verhaal dat klopt”. Ik heb zelf sinds 1990 last van boulimia nervosa. Drie jaar heb ik het voor alles en iedereen verzwegen, vervolgens ben ik twee jaar bezig geweest met het zoeken naar hulp. Ik ben begonnen met een groepstherapie van een middag per week in het academisch ziekenhuis in Utrecht. Tot op zekere hoogte heeft deze therapie mij wel geholpen. Een regelmatiger eetpatroon en van aantal keren per dag vreten en braken naar nog maar een paar keer per week. Maar toch was deze therapie niet het antwoord op mijn probleem. Ik vond de benadering erg rationeel en cognitief. Tot op zekere hoogte hielp het wel, maar op gegeven moment wist ik precies wie ik was en wat ik wel en niets moest en toch liep ik weer te vreten.
Na twee jaar niets heb zelf iets anders gezocht en voor mij is de haptonomie/haptotherapie mijn redding geweest. Veel van de dingen die ik in deze vorm van hulp tegen ben gekomen lees ik ook terug op jullie site. Het ging hier in mijn eigen tempo, ze heeft me ontzettend veel dingen zelf laten ervaren uitvinden etc. En niet oordelen. Met name ook op gebied van eten, opmerkingen tegen mij “je hebt een vreetbui gehad, nou en”.
Uit mijn andere reguliere therapie weet ik nog dat was slecht en dat mocht niet en je moest zoeken naar de oorzaak en weet ik wat allemaal. Het is niet zo dat ik met de haptonomie aangemoedigd werd om te gaan vreten, maar er werd gewoon zonder oordeel naar gekeken. Tegenover haar durfde ik altijd eerlijk te zijn en vertel ik echt zoals het is. In de reguliere therapie verzweeg ik nog wel eens wat, omdat je wel weer wist wat er ging komen.
Ik denk dat jullie je daarmee op een heel belangrijk punt onderscheiden van andere vormen van therapie op gebied van eetstoornissen. Verder vind ik dat door alle regels heen op de site leest dat de informatie komt van ervaringsdeskundigen. Ik heb genoeg boeken erover gelezen en veel informatie komt ook overeen. Misschien is het de toon of de wijze waarop het geschreven.
Kortom mijn complimenten. Ik hoop dat de hulp die jullie bieden spoedig door zorgverzekeraars worden vergoed. Maar op een of andere manier iets wat werkt moet je vaak zelf betalen. Aan de haptonomie heb ik meer gehad dan aan mijn jaar groepstherapie in Utrecht. Daar werd alles vergoed tot en met de reiskosten en haptonomie heb ik helemaal zelf betaald.
De therapiegroep
Maar op de avond dat ik m’n besluit kenbaar maakte, veranderde er iets in mij. Ik kon gewoon mezelf zijn, het masker afdoen, ècht voelen. En sinds die avond heb ik heel wat goede avonden meegemaakt bij de groep. Het delen van mijn goede en minder goede momenten, het leren van anderen, het inzicht krijgen in mijn eetstoornis, maar nog veel meer, het leren kennen van mezelf.
Bovendien heb ik geleerd dat een eetstoornis in eerste instantie inderdaad noch vriend nog vijand is. Deze benadering van Human Concern heeft mij erg aangesproken omdat mijn eetstoornis toch iets van mijzelf, iets heel persoonlijks was. Het hoorde bij mij. En ook al wilde ik er dolgraag vanaf, ergens bracht het me ook bepaalde voordelen, zoals elke verslaving dat doet. En juist dat inzicht is zo belangrijk! Want hoe meer je je ergens tegen verzet, hoe hardnekkiger het wordt. Maar als je gaat inzien dat een eetstoornis in essentie een overlevingsmechanisme is, dan kun je haar ook veel positiever benaderen! Zo moest ik eerst bepalen wat de voor- en nadelen van de eetstoornis op korte termijn waren en wat die op lange termijn waren. Vervolgens heb ik gekeken welke (gezonde) alternatieven ik voor de voordelen had en, nog veel belangrijker, welke nadelen de eetstoornis mij eigenlijk gaf. En dat waren er veel.
Maar juist het bespreken van deze voor- en nadelen met de groep, de (h)erkenning die ik kreeg, en de veilige omgeving waarin ik alles open en bloot op tafel kon leggen, dat gaf mij zoveel kracht om met mijn eetstoornis aan de slag te gaan!
Tenslotte heeft de groep mij geleerd om met emoties om te gaan. Niet alleen die van mijzelf, maar juist ook met die van anderen. Want een eetstoornis is niet alleen ongezond met eten omgaan, er komt nog veel meer bij kijken. En juist in een groep kun je oefenen met dingen die je moeilijk vindt, je kunt leren van anderen die misschien net een stapje verder zijn op een bepaald vlak. Maar bovenal, je kunt jezelf (leren) zijn!
Als jij een reactie hebt, laat het ons weten en stuur je tekst naar info@humanconcern.nl
![]()



Laatste Comments