Hoe herken ik een eetstoornis
Signalen
Om een eetstoornis te kunnen herkennen wordt vaak gedacht aan het herkennen van een bepaald eetgedrag of ondergewicht. Maar er is veel meer waaraan een eetstoornis kan worden herkend. Buro PUUR heeft een indeling gemaakt om vermoedens van een eetstoornis uit vijf invalshoeken te toetsen.
- Eetgedrag
- Lichamelijke conditie
- Type mens
- Trigger
- Overtuigingen
Eetgedrag
Als we het over een eetstoornis hebben, dan is er altijd sprake van een ‘vreemd’ eetgedrag. En het lijkt logisch om daar naar te kijken als we een eetstoornis willen herkennen. Het ‘vreemde’ eetgedrag kan zich kenmerken door de meest uiteenlopende varianten. Enkele voorbeelden zijn:
- (Stiekem) steeds minder eten
- (Stiekem) eetbuien hebben
- Stiekem) soms de hele dag door veel eten.
- (Stiekem) braken
- Hap van iets nemen en rest weggooien
- Zeggen dat iets niet lekker is of koud om het maar niet te hoeven eten
- Eten in kleine stukjes snijden
- Heel langzaam eten
- Eten bereiden maar vooral zelf niet eten
- Meehelpen met boodschappen doen om de ‘juiste’ producten in huis te halen
- Eten verzamelen of stelen voor eetbui
- Braaksel verstoppen in bakken, emmers, plastic zakken, etc
- Verpakkingen lezen en calorieën tellen
- Laxeer- of dieetpillen slikken
- Veel kauwgum eten
- Extreem veel water drinken
Lichamelijke conditie
Als iemand een eetstoornis heeft kunnen er verschillende dingen opvallen aan het lichaam. Dit is natuurlijk per persoon verschillend, maar ook afhankelijk van de ernst van de eetstoornis.
- Veel gewicht verliezen in korte tijd
- Schommelen in gewicht
- Veel aankomen in korte periode
- Buikpijn
- Darmklachten
- Menstruatieklachten, verdwijnen van de menstruatie
- Gesprongen aders in de ogen door braken
- Afdruk tanden op bovenkant hand als gevolg van braken
- Hoofdpijn
- Koud hebben
- Slapeloosheid
- Moe, vermoeidheid
- Obstipatie of geen ontlasting hebben door haast niets te eten
- Flauwvallen, duizeligheid
- Haaruitval
- Diarree, klachten over pijn in buik en darmen
- Uitdroging
Op de langere termijn kan ook ontstaan:
- Donsbeharing door lage lichaamstemperatuur
- Groeistagnatie
- Eeltvorming op handen
- Concentratieproblemen
- Keelpijn door braken
- Bleke grauwe huid
- Beschadigde tanden door braken
- Gescheurde maagwand
- Suikerziekte
- Onderkoeling
- Opgezwolle klieren in de hals van het braken
- Botontkalking
- Leverbeschadiging
- Nierbeschadiging
- Slokdarmbeschadigingen
- Spierverslapping
- Hartkloppingen, te langzame hartslag
- Schade aan bloedvaten
Type mens
Opvallend is dat juist een bepaald type mens een hoger risico heeft op het ontwikkelen van een eetstoornis. De persoon is de omschrijven als:
- Perfectionistisch
- Overmatig inschikkelijk
- Introvert
- Impulsief
- Competitief
- Aanvullend valt op dat ze vaak als volgt te omschrijven zijn:
- Extreme ‘gevers’
- Gevoelig
- Moeite hebben met het uiten van gevoelens
- Controle willen
- Moeite hebben met spontane, onverwachte gebeurtenissen
- Intelligent
- Faalangstig
- Snel geïrriteerd over iets ‘onbenulligs’
- Besluitenloosheid, niet kunnen kiezen
- Onzeker
- Masochistisch
- Dwangmatig
Trigger
Regelmatig is een ‘trigger’ de aanleiding voor de ontwikkeling van een eetstoornis. De trigger is een eenmalige of vaker voorkomende intense negatieve gebeurtenis. Een traumatische gebeurtenis. Niet iedereen die dezelfde negatieve gebeurtenis meemaakt, krijgt een eetstoornis. Er is dus nog wel meer nodig dan alleen de trigger. De trigger kan bijvoorbeeld zijn:
- Overlijden van iemand in de familie
- Ziekte in gezin
- Pesten
- Echtscheiding
- Depressie in gezin
- Verslavingen in gezin
- Prestatiedruk te hoog
- Overmatig veel aandacht voor voeding, gewicht/figuur
- Bepaalde uitingen in de media waarmee iemand zich kan vergelijken
- Pro-anorexia sites
- Sporten waarbij prestaties ogenschijnlijk hoger lijken naarmate gewicht lager is
- Emtionele verwaarlozing
- Slaan of mishandeling
- Sexueel misbruik
Overtuigingen
Ieders gedrag wordt bepaald door diens overtuigingen, diens waarden. Een mens heeft altijd positieve en negatieve overtuigingen. Maar soms kunnen negatieve overtuigingen dusdanig sterk worden dat ze het dagelijks doen en laten van iemand extreem negatief beïnvloeden. Iemand met een eetstoornis is vaak negatief over zijn uiterlijk en heeft vaak weinig zelfvertrouwen. Iemand met een (beginnende) eetstoornis kan een heel vertekend lichaamsbeeld van zichzelf hebben.
- Overtuigingen waaruit blijkt dat iemand extreme onvrede met het eigen lichaam kan hebben:
- Mijn vader vindt dat ik een dikke kont heb, dan zal het wel waar zijn
- Als ik me vergelijk met anderen in de klas, dan ben ik de dikste
- Mijn klasgenoot zei laatst nog tegen me, dat ik een behoorlijk dikke buik heb
- Ik vind gym vreselijk, ik voel me in die sportoutfit niet op mijn gemak
- Ik kijk heel veel in de spiegel en dan zie ik hoe dik ik ben
Overtuigingen waaruit blijkt dat iemand een extreem lage zelfwaardering kan hebben:
- Als ik maar eenmaal dun ben dan krijg ik vrienden
- Ik voel me buitengesloten
- Ik doe het toch nooit goed genoeg
- Ik ben bang voor ruzies
- Ik durf niet om hulp te vragen
Overtuigingen waaruit blijkt dat iemand geobsedeerd kan zijn door gewicht, eten, lijnen:
- Ik moet iedere dag minimaal drie keer op de weegschaal staan
- Als ik zolang mogelijk niet eet op een dag voel ik me heel sterk
- Als ik maar kcal tel, dan komt het goed
- Nieuwe kleren kopen vind ik vreselijk
- Ik heb nog niet gesport vandaag, dus ik heb het niet verdiend om te eten
Natuurlijk heeft iemand met één van deze overtuigingen niet per definitie een eetstoornis. De hierboven vermelde overtuigingen vormen wel de ‘voedingsbodem’ voor het ontwikkelen van een eetstoornis. Gelukkig zit aan het hebben van overtuigingen ook een voordeel: je kunt ze altijd veranderen!
Bron: Handleiding ‘Wat als mijn leerling een eetstoornis heeft?’ ISBN 978-90-817858-1-5 Buro PUUR©




Laatste Comments