Facebookpagina Human Concern Twitteraccount Human Concern Youtubekanaal Human Concern Instagramaccount Human Concern Google Plus Human Concern LinkedIn Human Concern
Scroll naar boven
Human Concern Blog
< Terug naar overzicht

Blog Carmen Netten: Eetstoornis als identiteitsstoornis én behandeling

Blog Carmen Netten: Eetstoornis als identiteitsstoornis én behandeling   10 mrt 2017

Ontstaan van een eetstoornis - Een ascetisch karakterprofiel.

ES = eetstoornis

AN= anorexia nervosa

BN = boulimia nervosa

BED = eetbuienstoornis


Door: Carmen Netten, oprichtster Human Concern.


Ik ben ik ben wat jij niet ziet

Een ES start allereerst met een extra gevoeligheid of aanleg in de persoonlijkheid. De kinderen die risico lopen een ES te ontwikkelen zijn meestal extreem sensitieve mensen, met een gemiddeld hogere intelligentie, bovengemiddeld creatief en talentvol in denken of handelen. Zij hebben ook vaak een opvallend temperament, dat zich kenmerkt door extreem extravert of juist extreem ingetogen gedrag. Door het net even ‘iets anders’ zijn dan het gemiddelde, en dus vaak ook ten opzichte van de omgeving waarin het opgroeit, ontstaat er een reëel risico dat het authentieke kenmerkende in deze opgroeiende kinderen niet goed herkend en erkend wordt. Het eigene en unieke ontmoet geen onvoorwaardelijke spiegel waardoor het zichzelf niet kan accepteren, positioneren en kan ontwikkelen tot een autonome identiteit. Een eigen IK.

Ik zie ik zie wat er wel is

Door hun extreme gevoeligheid, zijn deze kinderen al op een zeer jonge leeftijd afgestemd op dé ander, of hét ander. Zo voelen zij feilloos wat er speelt in hun omgeving: in het gezin, in de klas, in de wereld… Spanningen, ruis of problemen binnen de nabije eigen wereld of de wereld ver daarbuiten. Onvervulde behoeften van anderen worden opgepikt. Net als weggestopte emoties of problemen ook. Of (on)uitgesproken conflicten tussen mensen, geloven, of landen.

Omdat zij vooral gericht zijn op alles buiten zichzelf, leren zij niet om afgestemd te zijn wat zich afspeelt binnen in zichzelf. Behoeften, grenzen, emoties etc. Zij leren zichzelf hierdoor niet voldoende kennen, waardoor de vorming van een eigen stevige identiteit in de kinderschoenen blijft staan. Hun IK blijft klein.

Ik wil ik moet wat ik niet kan

Vaak zijn het deze kinderen die als eerste signaleren dat er in hun omgeving iets niet in de haak is. Zij hebben zo lijkt het een extra (6e) zintuig voor onraad of onrecht. In die zin fungeren zij vaak als de voelsprieten of de antennes van het falende systeem. Op micro en macro niveau.

Bijna altijd zijn het daarnaast kinderen met een erg groot verantwoordelijkheidsgevoel. Zij willen de wereld dichtbij en veraf graag beter maken. Ze willen dit gevoelde onrecht, de incongruentie, deze ruis graag oplossen of wegmaken. Zij voelen dit als hun taak, hun missie of hun verantwoordelijkheid. Alleen zijn ze niet in staat wat ze intuïtief horen, zien en voelen, te beïnvloeden of te verhelpen. Zij zijn niet bij machte om de situatie of de persoon te verlossen uit het lijden. Dat is natuurlijk ook niet hun taak. Dat kan alleen de kwestie of de persoon zelf. En dus lijdt dit tot gevoelens van hevige wanhoop en frustratie. Van falen en schuldig voelen. Van mee lijden en zichzelf opofferen.

Ik voel ik voel wat ik niet snap

Wat het daarbij extra complex maakt is dat deze kinderen dus wel al heel vroeg intuïtief van alles voelen, maar vanwege hun jonge leeftijd nog niet in staat zijn te begrijpen waar het een en ander precies vandaan komt: wat het veroorzaakt en welke betekenis ze er aan moeten geven. En omdat het contrast tussen voelen en begrijpen te groot is, raken ze verward. Over de ander, zichzelf en de wereld waarin ze leven. Het vervolgens ook nog eens niet in staat zijn om de situatie te beïnvloeden frustreert hen vreselijk. En maakt hen tegelijkertijd enorm angstig en stuurloos.

Ik mis ik mis wat ik niet ben

Het niet hebben kunnen ontwikkelen van een autonome identiteit, een eigen IK, maakt deze opgroeiende kinderen kwetsbaar. Zij weten niet hoe zij moeten omgaan met live events en levensstress. Zoals gepest worden, verhuizen, een relatiebreuk, het verlies van iemand, een scheiding, een verkeerde opmerking, laat staan een ernstige traumatische gebeurtenis. Dit soort ervaringen kunnen de aanleiding zijn, of de druppel zijn die de emmer doet overlopen; dé trigger die de eetstoornis doet ontstaan.

Ik eet ik eet wat ik niet durf

Het kind legt soms op geheel onbewuste manier een link tussen eten en gewicht en hoe dit hun gevoel van welzijn kan beïnvloeden. Vooralsnog onschuldige lijnpogingen slaan door omdat het effect ervan meer dan verwacht helpend is in het dealen met lastige gevoelens en dilemma’s. Op het moment waarop ontdekt wordt hoe eten en gewicht functioneel kunnen zijn in het omgaan met deze ontwikkeluitdagingen, wordt de eetstoornis geboren als dienend coping mechanisme, ook wel overlevingsstrategie genoemd. Het gedrag wat er dan ontstaat zoals obsessief denken en handelen rondom eten en gewicht bij zowel AN als BN en BED biedt de persoon afleiding, een uitlaatklep, maar ook structuur en regie. En bovenal veiligheid!

Ik blijf ik blijf wie ik niet mag zijn

Middels ‘rommelen’ met eten (te weinig, of te veel) merken ze dat ze kunnen communiceren. Dat ze vorm aan hun gevoelens kunnen geven. Dat ze die weg kunnen maken (vasten) of juist eruit kunnen gooien (braken). En ze ervaren tevens een soort van macht (presteren), houvast en controle (dwang). Daar waar ze het buiten zichzelf niet op orde kunnen krijgen, bepalen ze dit binnen in zichzelf wel.

Middels eten creëren ze een eigen, kleine en veilige binnenwereld. Een cocon, een bubbel, of een grot. Met een duidelijk bord aan de buitenkant. Zij stellen als het ware hun eigen IK veilig.

Binnen deze veilige muren, hun eigen territorium creëren ze alsnog hun eigen autonomie. Hun eigen identiteit. Al blijft deze identiteit ver onderontwikkeld.

Ik moet ik doe wat ik niet wil

Echter ze starten ook onbewust de opbouw van hun eigen dikke gevangenismuren. Want de ES als oorspronkelijk nuttig coping mechanisme gaat steeds meer en meer een eigen leven leiden. Het gedijt goed op het tekort aan wezenlijke identiteit en autonomie. En in deze kleine binnenwereld op deze rijke voedingsbodem groeit de ES gestaag en neemt steeds meer plek in en regie over. Na een tijdje reikt de macht van de ES zelfs tot (ver) over de muren van de binnenwereld. De ES wordt nu grensoverschrijdend. Hele gezinnen, relaties, vriendschappen, behandelingen worden gedomineerd en geïntimideerd door de ES.

De binnenwereld (én buitenwereld) wordt naarmate de jaren duren steeds meer en dominanter en agressiever in beslag genomen door de ES. Gedachtes, gevoelens en gedragingen komen steeds meer vanuit de ES personage, in plaats van uit de persoon zelf, als gezond ontwikkelde individu. De aanvankelijke ‘veiligheid’ binnenin wordt door de drager (host) van de ES nu steeds meer als ‘onveilig’ ervaren. De ziektewinst neemt zienderogen af, want de persoon wordt nu geregeerd door de ES, in plaats van andersom. Zij of hij is niet meer in charge.

Ik lijk ik lijk op wie ik niet ben

De zelfbeschikking wordt steeds kleiner. Het eigen ‘IK’ verliest steeds meer terrein. En de omgeving begint zich steeds meer, niet alleen zorgen te maken, maar ook gemanipuleerd, bestuurd, aangevallen, geforceerd en geterroriseerd te voelen. De tentakels of wortels van de ES bewegen zich verder dan het lichaam en de geest van de eigenaar. Ze grijpen eigenlijk alles wat in de buurt komt en een bedreiging vormt voor het voortbestaan van de ES. Ouder, partner, zus, vriendin en hulpverlener.


Behandeling

Van kwaad tot erger – De vicieuze cirkel

Doordat de onveiligheid binnenin toeneemt in plaats van afneemt, is er steeds meer en krachtiger ES nodig om het weer (schijn)veilig te maken. Echter dit creëert op zijn beurt weer meer afhankelijkheid en maakt de onveiligheid alleen maar groter. Een vicieuze cirkel en neerwaartse spiraal is geboren. Dit werkt als een self-forfilling prophecy. De persoon zwemt in een fuik. Het net wordt gesloten. Het eigen ‘Ik’ wordt steeds kleiner, het zelfbeeld steeds negatiever, de eigen keuzevrijheid steeds beperkter, de ES steeds groter. Totdat in de laatste fase van de ES het ‘Ik’ volslagen ondergeschikt is gemaakt aan het dictatuur van de ES. De persoon in kwestie, het ‘Ik’ is nu gegijzeld en verdwijnt langzaamaan van het strijdtoneel.

Onderhandeling of praten met de persoon door betrokkenen of behandelaar wordt nu steeds ingewikkelder omdat in 9 van de 10 keer de ES antwoord geeft vanuit een strategisch oogpunt. Niet meer het ‘Ik’ - de gezonde stem wordt vertegenwoordigd, maar de belangen van de ES. Heel sluw en gewiekst vermomt de ES zich nu zelfs als het ‘Ik’ om de buitenwereld om de tuin te leiden. De angst van de ES om te worden ontmaskerd of te worden bedreigd is dermate groot dat het zichzelf met hand en tand zal verdedigen. Sterker nog het zal preventief in de aanval gaan. Het stoot mensen of hulp en steun van zich af. De omgeving wordt onmachtig gemaakt, gefrustreerd en wanhopig. De persoon raakt meer en meer geïsoleerd. En daardoor nog meer blootgesteld aan de eenzijdige beïnvloeding cq brainwash van de ES.

Het ‘Ik’ is nu volledig ‘under the spell’ van het regime van de ES en wordt zwaar gestraft wanneer het pogingen zal doen om zichzelf te bevrijden. Het ‘Ik’ is inmiddels nagenoeg verdwenen. Het is monddood gemaakt. Het kan niet meer (logisch) voelen, niet meer (logisch) denken, niet meer (logisch) handelen. En natuurlijk ook niet meer letterlijk helder zien.

Uiteindelijk sluit het net zich en in deze fase is het niet ondenkbaar dat de persoon reddeloos verloren is en de ES haar of hem rechtstreeks de dood in jaagt. Dan wel door ondervoeding of uitputting bij Anorexia, dan wel door hartfalen door overmatig braken bij Boulimia, of ‘gewoon’ middels een poging om zichzelf ‘normaal’ te suïcideren... Allemaal rechtstreekse gevolgen van het ernstige en langdurige lijden van de gegijzelde. Mensen met een ES willen niet dood, maar zij kunnen dit leven en de gevolgen voor hun omgeving van dit dictatoriaal gevangenschap, in deze constante staat van terror en doodsangst niet meer aan. Logisch toch?

Wat opvallend is, is dat het lijkt dat de persoon in de laatste fase en dan met name wanneer het proces van overleven onomkeerbaar wordt juist een laatste waarachtige poging doet om de ziekte te overleven. Dit is vaak het moment van een laatste krachtinspanning, waarin zij ergens door gedreven hun laatste sprankje hoop of motivatie vinden. De drijfveer voor deze laatste krachtmeting lijkt hoe paradoxaal ook te worden ingegeven door de inmiddels letterlijk ingetreden doodstrijd. Pas op het moment dat de persoon over het point van no return gaat en intuïtief aanvoelt dat het einde nabij is, de lichamelijke rek eruit is, lijkt enkel het zeer primitieve overlevingsmechanisme het nog op te kunnen nemen tegen de onmetelijke kracht van de ES. Het is dan helaas te laat.

Waarmee ik maar wil aangeven dat het in de laatste fase bijna onmogelijk is om de strijd nog aan te gaan met de es. Vandaar dat ook vele instellingen en ziekenhuizen hun toevlucht zoeken in dwang.

Eetstoornis faciliterende behandelingen

In deze fase is het aannemelijk dat behandelaren een patiënt als ‘uitbehandeld’, ‘therapieresistent’, ‘ongemotiveerd’ of zelfs als ‘agressief ’ betitelen. Ook worden vaak in deze fase de comorbide stoornissen uit de DSM kast getrokken. BPS, autisme spectrum stoornissen, PTSS, ernstige depressiviteit of forse OCD. Cliënten worden uit de behandeling gezet, worden geweigerd aan de voordeur, of er wordt overgegaan tot de zoveelste dwangbehandeling of crisisopname. Cliënten en hun hulpverleners hebben vaak al veel, zo niet alles, geprobeerd en komen maar niet door de ES-muur heen. Ze verliezen het gevecht van de ES als het ware samen met de opgesloten ‘Ik’. Het regime van de ES is inmiddels zo sterk dat de gelederen zich langzaam maar gestaag sluiten.

Maar de vraag is: is de cliënt nou uitbehandeld of niet goed behandeld?

Deze laatste fase, ‘het radeloze opgeven’, of ‘het wanhopige dwingen’ wordt in mijn optiek gefaciliteerd door de inhoud en vorm van de behandelingen die eraan vooraf zijn gegaan. Eigenlijk kun je je afvragen, is er misschien een causaal verband? Bijvoorbeeld zou het zo kunnen zijn dat de meerdere ‘mislukte’ of ‘tijdelijk geslaagde’ behandelingen, puur gericht op het symptoom, gevolgd door herhaaldelijke terugval, het ‘IK’ alleen maar zwakker (hopelozer, negatiever, moedelozer) en de ES alleen sterker (sluwer, achterdochtiger, agressiever) hebben gemaakt?

Ik vrees in sommige misschien wel vele gevallen van wel.

Namelijk bij elke aanval en bedreiging (= behandeling) verdubbelt de ES haar troepen, en is nog beter voorbereid op een volgende aanval en bedreiging (= behandeling). Zeker en vooral wanneer het een behandeling met (agressieve) dwang betreft. Je kunt het namelijk vergelijken met een aanval die gekenmerkt wordt door een tijdelijke gedwongen en soms zelfs agressieve overname van de schijnautonomie (de ES autonomie). De ES laat zich zijn autonomie en autoriteit niet afnemen. De ES geeft zich onder dwang misschien wel tijdelijk gewonnen, maar geeft zeker niet op. Als de overname voorbij is, neemt de ES het roer acuut en gewaarschuwd weer over, ver3dubbelt haar troepen en bereidt zich voor op de volgende aanval. Het is vastbesloten de oorlog te winnen. Hoe sterker de aanval, hoe sterker de tegenaanval en hoe dieper de ES zich zal wortelen in de persoon. Het heeft vertakkingen door het hele zijn gekregen waarin het gevoed en bekrachtigd wordt door de bedreigingen van buitenaf.

Dit bovengenoemde mechanisme van ES faciliterende en versterkende behandelingen wordt mi nog te weinig onderzocht, nog te weinig begrepen en dus nog te weinig op geanticipeerd. De behandelaar of behandeling laat zich meevoeren in de verkeerde richting. Probeert achterdocht met achterdocht, strijd met strijd, controle met controle, en geweld met geweld te bestrijden, met als gevolg dat het geweldsniveau toeneemt en het ‘Ik’ verdwijnt in het geweld. Het gevecht gaat nu alleen nog maar tussen de ES en haar vijand; de behandeling of behandelaar. Het ‘Ik’ is buitenspel gezet. En niemand die het door heeft.

Samenwerken met de eetstoornis

Een andere, meer constructieve benadering zou zijn, zich niet te laten verleiden tot een krachtmeting. Namelijk dit blijkt een verloren race als buitenstaander. De dwangbehandelingen of geforceerde interventies zijn niet zelden van korte duur. In die korte duur is het niet mogelijk om de ES duurzaam in de kiem te smoren. Het wordt enkel tijdelijk on hold gezet. Daarbij wordt er niet gewerkt aan het tegelijkertijd sterker maken van het eigen ‘IK’, zodat die de ES zelf aan kan, om uiteindelijk de macht over het eigen leven weer terug te kunnen nemen. In tegendeel zelfs. De ES wordt bekrachtigd en wordt sterker, het IK gaat ondergronds en wordt zwakker.

In de eerste fasen kan het ‘Ik’ en de betrokken buitenstaander (familie, behandelaar) nog op een vriendelijke manier samenwerken met de ES. Door het te begrijpen, door het respect en erkenning te geven, door er naar te luisteren en van te leren. Door samen een andere levensstrategie of coping te ontwerpen. Dit kan in relatieve harmonie. Er zijn grensconflicten, maar geen oorlog. Er zijn debatten, maar geen patstellingen. Er is onderhandeling, maar geen afdwingen. Er zijn grenzen, maar geen strijd. Belangrijk in deze fase, om de acute oorlogsfase te voorkomen, is om samen met de behandelaar een vredelievende manier te vinden om in contact te komen en te blijven met de ES. Waarin een wederzijds respect en begripsniveau ontstaat. De ES vooral niet te provoceren met dwang, geweld of demonisering. Hem niet te veel uit te tent te lokken. Soms een beetje maar dan weer krediet te geven. Het groter wordende ‘Ik’ en de kleiner wordende ES kunnen zich beiden in relatieve harmonie ontwikkelen. Als communicerende vaten.

Andere grondhouding en bejegening

Als de behandeling en de behandelaar dit op een effectieve manier kunnen begeleiden en kunnen faciliteren dan ben je samen op de goede weg. De eetstoornis is in deze fase en in deze setting geen vijand maar een bondgenoot. Hij helpt de cliënt en de behandelaar inzicht te krijgen in de oplossingen. Respect, luisteren, communiceren en onderhandelen zijn sleutelwoorden.

Dit vergt echter een wezenlijk andere houding van de behandelaar en de behandeling richting de ES. Het is daarbij van belang dat de ES en het ‘Ik’ worden gescheiden van elkaar en elk hun specifieke aandacht krijgen in de behandeling. De ‘fout’ die vaak gemaakt wordt is dat de ES en het ‘Ik’ als één identiteit worden gezien. De ES is de persoon, de cliënt. Een cliënt die onbetrouwbaar is, eigenwijs, weerbarstig, angstig, veel weerstand heeft, agressief, manipulatief. Maar dit zijn eigenschappen die horen bij de ES. En de ES is een mechanisme of strategie om te overleven, eigenlijk om de autonomie van de persoon te beschermen en en daar alles maar dan ook alles voor doet. Immers wanneer de ES opgeeft zonder dat er een eigen identiteit en autonomie is gevormd, gaat de persoon onderuit. Hij of zij IS niet meer. Bestaat niet meer. Een levensbedreigende situatie dus. Geen wonder dat de ES haar host met hand en tand beschermd.

In tegenstelling tot de karaktertrekken die de ES laat zien, is achter de ES, de persoon met de vroegkinderlijke identiteit, daarentegen vaak juist zachtaardig, meewerkend, authentiek, origineel, creatief, bereidwillig, liefdevol, betrouwbaar, loyaal, eerlijk, strijdvaardig.

Als je als ouder, vriend, behandelaar of onderzoeker deze eigenschappen kan blijven zien en kan loskoppelen van de ES dan zou dit veel invloed kunnen hebben op de manier waarop een cliënt bejegend wordt. Dan ben je als vanzelf beter in staat geduld en begrip op te brengen. Dan kun je als ouder of hulpverlener beter een steunfiguur blijven ipv van een tegenstander of zelfs vijand. Omdat je het gedrag van de persoon of cliënt niet meer persoonlijk opvat.

Van kwaad tot minder erg – De weg eruit

Dus als we in staat zijn de persoon of cliënt weer te (h)erkennen, te zien en te ontmoeten aan de achterkant van de ES, dan zijn we gek genoeg weer terug bij het begin. Namelijk bij het gebrek aan erkenning van het authentieke unieke zelf. En de behoefte om gezien te worden hierin. En waarom had deze persoon ook al weer de ES nodig? Om om te kunnen gaan met deze specifieke en unieke samenstelling van persoonlijke eigenschappen.

Dus als we kijken naar de echte persoon achter de ES dan pas begrijpen we de reden, de oorzaak, de behoefte, de winst, en de functie ervan. Dan pas weten we ook hoe we de ES moeten aanpakken. Namelijk door het onderontwikkelde authentieke ‘Ik’ alsnog te zien, te erkennen en bestaansrecht te geven. Deze invalshoek geeft meteen een andere kijk op de ES als stoornis, op de cliënt als persoon en op de behandeling als vorm en insteek. Deze kijk zou het ES deel helpen om het ‘IK’ deel niet meer te hoeven aanvallen.


Conclusie:

Wanneer er op eerdere niveaus voor een andere bejegening en een andere behandelinsteek kan worden gekozen, dan kun je voorkomen dat de cliënt in een fase komt waarbij de ES geïntegreerd raakt en het ‘Ik’ nog zwakker wordt, en het front te sterk is geworden voor duurzame behandeling in welke vorm of maat dan ook.

Bron: Reader - HC therapeuten training (auteur en auteursrecht Carmen Netten)


Reacties

21 maart 2017 Mieke

Zo vreselijk herkenbaar na inmiddels 30 jaar eetstoornis.... Brok in mijn keel en tranen blijven komen. Ik ben diep onder de indruk van de fantastische manier waarop Carmen dit verwoord heeft. Tegelijkertijd een heel dubbel gevoel: Kan ik nog wel van de ES afkomen en uitvinden wie ik ben of houdt het me in zijn greep tot mijn lichaam opgeeft? Ik wil vechten en winnen om ooit een eigen leven te hebben, zonder de vriend en vijand die ES al die jaren voor me is geweest.


21 maart 2017 Marinda

Dank voor deze (helaas) herkenbare leesstof en daardoor opluchting en stukje minder alleen voelen. Veel liefs, een stijdertje


21 maart 2017 Brigitte

Er zijn niet veel mensen die snappen wat iemand meemaakt of mee heeft gemaakt.. Maar jij/jullie weten precies hoe het in elkaar steekt, en dat is heel fijn om lezen!


21 maart 2017 Vanessa Pilloni

Herkenbaar. Dit lijkt wel op de visie ik als ervaringsdeskundige en hulpverlener beschrijf in mijn boek: "Calorieen met Voelsprieten". Over het verband tussen hooggevoeligheid en eetstoornissen. Misschien eens interressant om te lezen. Groeten Vanessa Pilloni


21 maart 2017 Marion

Dit is het, hè? Je beschrijft precies waar het voor mij zo'n 35 jaar geleden allemaal begon. Nog zonder eetstoornis, maar de aanloop er naartoe. Het is alsof je mijn kindertijd, mij als persoon, mijn eigenschappen, kwaliteiten en omgeving beschrijft. Bizar. Dit is gewoon precies zoals het is. En aanstaande dinsdag begint dan voor mij eindelijk de therapie die ik nodig heb, omdat ik inderdaad nooit een autonome identiteit heb ontwikkeld en dat nu alsnog moet gaan doen. Carmen, ik hoop dat heel de wereld dit artikel leest. Het zou zoveel ogen kunnen openen.


21 maart 2017 Marijke

Wauw wat een mooi geschreven blog carmen. Met tranen in mijn ogen lees ik de herkenbare stukken!! Heel duidelijk voor omstanders beschreven. Ik zal hem door anderen zeker laten lezen. Dankjewel


21 maart 2017 Liz

Hey, Heel erg bedankt voor de kennis en wijsheid in dit verhaal!


21 maart 2017 W.

Interessante en helder beschreven insteek, die ik grotendeels deels als een (1) mogelijkheid - één van de meerdere mogelijkheden om eetstoornissen te beschouwen. Wat me ervan aanspreekt, is hoezeer het recht doet aan degene(n) om wie het gaat. En dat het een kader van verstaan aanbiedt, dat in mijn beleving meer vruchtbaar is dan de kaders die vaak in behandelingen gehanteerd worden (waarin bijvoorbeeld iemand wordt gelabeld als ' niet gemotiveerd', 'uit behandeld', 'manipulatief' etc.) Ik deel dat er onvoldoende wordt stilgestaan bij problematiek faciliterende en problematiek versterkende elementen in behandeling (oa binnen behandelingen v eetstoornissen). En ben het eens met de conclusie. Maar ik merk ook dat ik het stuk wat eenzijdig vind. Het 'karakterprofiel' gaat volgens mij over een gedeelte van de mensen die aan een eetstoornis lijdt of heeft geleden. Maar volgens mij bestaat er bijvoorbeeld onder meer een fors verschil tussen kinderen bij wie het authentieke kenmerkende niet goed herkend en erkend wordt en geen onvoorwaardelijke spiegel ontmoet. En kinderen bij wie bijvoorbeeld al vanaf de vroege kindertijd sprake is v chronisch geweld. (Bijvoorbeeld: onderscheid tussen 'er zijn' als een in fundamentele zin bedreigende ervaring en 'mijzelf zijn' als onveilige ervaring. Ik zou haast zeggen dat dit een verschil maakt tussen een 'identiteitsstoornis' en een 'zijnsstoornis'.) Dat maakt dat ik het stukje over comorbiditeit wat lastig lezen vind. Het artikel volgend, worden de comorbide stoornissen vaak 'uit de kast getrokken' in een fase waarin behandelaren een patiënt als ‘uitbehandeld’, ‘therapieresistent’, ‘ongemotiveerd’ of zelfs als ‘agressief ’ betitelen. Ik denk dat dit inderdaad regelmatig zo gebeurd en natuurlijk is dit onwenselijk. Maar een nauw opvatten van eetstoornissen (als identiteitsstoornis) lijkt mij ook onwenselijk. Dat dreigt ook aan dingen voorbij te gaan, in mijn ogen. En dan denk ik dat het soms juist recht doet om aan te vullen met diagnostiek. Iets als BPD als aanvulling doet dan bijvoorbeeld nog wat recht aan het '(bijna) niet kunnen zijn' ('zijnsstoornis'), dat een deel vd cliënten volgens mij ook ervaart en dat zich niet laat 'oplossen' met een kijk op eetstoornissen als identiteitsstoornis. In mijn beleving kán het bij eetstoornissen dus om (een vorm van) een identiteitsstoornis gaan. Maar er zijn ook andere mogelijkheden, denk ik; er zijn volgens mij ook andere 'karakterprofielen'. (Maar misschien zie, voel ik dat verkeerd.)


21 maart 2017 Myrthe

Geraakt door dit artikel, door het begin waarin ik mij zo herken. Wat de oorzaak nu even zo duidelijk maakt. Wat mijn ontwikkeling en zijn van nu duidelijk maakt, nu ik nu sinds een dik halfjaar hersteld ben en nu zo mijzelf, mijn eigen ik, aan het neerzetten/ ontwikkelen ben. Echter kreeg ik ook even een naar/ 'niet zichtbaar zijn' gevoel omdat ES NAO niet wordt benoemd, net of deze niet bestaat. Buiten dat stuk om echt een super goed geschreven artikel. Inspirerend, kracht gevend. Blij met zo'n top organisatie.


21 maart 2017 Myrthe

Geraakt door dit artikel, door het begin waarin ik mij zo herken. Wat de oorzaak nu even zo duidelijk maakt. Wat mijn ontwikkeling en zijn van nu duidelijk maakt, nu ik nu sinds een dik halfjaar hersteld ben en nu zo mijzelf, mijn eigen ik, aan het neerzetten/ ontwikkelen ben. Echter kreeg ik ook even een naar/ 'niet zichtbaar zijn' gevoel omdat ES NAO niet wordt benoemd, net of deze niet bestaat. Buiten dat stuk om echt een super goed geschreven artikel. Inspirerend, kracht gevend. Blij met zo'n top organisatie.


21 maart 2017 Rebecca

Hier ook tot tranen toe geroerd... ik herken er zo ontzettend veel in, en je boodschap treft zo'n belangrijke kern wat betreft de behandeling. En niet alleen wat dat betreft, overigens. ;-) Het voelt alsof ik, na een half leven lang eetstoornis en een flink pak therapie, aan een inhaalslag bezig ben om mijn 'ik' te ontwikkelen - te voeden, in plaats van de eetstoornis. Heel apart, en fijn, om het zo terug te lezen. Dank voor deze mooie, heldere woorden en belangrijke boodchap, lieve Carmen! X


22 maart 2017 merel van dam

Wauw! Een ontzettend mooie blog! Het raakt me. Eindelijk een andere kijk op 'uitbehandeld' zijn en hoe behandeling je ES nog sterker kan maken. Je kunt je zo onbegrepen, ongehoord, en opgegeven voelen.. Het is eigenlijk zo 'simpel', wanneer jij er mag zijn, en alles wat je denkt of voelt oké is. En dat je dan leert omgaan met jezelf en het leven! ipv op alle mogelijke manieren je ES uitroeien, terwijl die jou juist beschermd! Je hebt de ES niet meer nodig wanneer je leert omgaan met jezelf (gevoel, emoties, etc.) en het leven. Helaas duurde het bij mij ook jaaaaaaren voor ik de juiste persoon op mijn pad kreeg, die mij daarbij kon helpen.


22 maart 2017 een moeder

Dank je wel voor deze tekst, ik kan mijn dochter er volledig in herkennen en het is ongelofelijk steunend zoals je verwoord hebt wat nou eigenlijk de oorzaak is van haar eetstoornis. Een samenstelling van karaktereigenschappen die maakt wie zij is . Ik ga dit delen met dierbaren omdat ik nog nooit zo helder heb verwoord gekregen wat ons kind heeft en waar zij mee worstelt. ik ben er erg blij met je tekst. DANK


22 maart 2017 Henriette

Wat een mooi artikel, ben het er helemaal mee eens. Het zou zo mooi zijn als jonge meisjes vanaf aanvang van hun eetstoornis een behandeling als bij Human Concern kunnen krijgen! Zeker als ik bovenstaande reacties lees: de goede hulp komt vaak zo laat! Tot 18 jaar blijft het puzzelen en zoeken. Ik hoop dat ik de juiste hulp kan vinden voor mijn dochter van 14 die al anderhalf jaar aan een eetstoornis lijdt.


22 maart 2017 Carlijn

Wauw! Precies dit is précies hoe het is! Het geeft me moed om na 14 jaar met een ES alsnog aan een leven zonder ES te werken. Dankjewel daarvoor Carmen <3


22 maart 2017 Henriette

Wat een prachtig artikel, ik zou mijn dochter van 14 zó graag nu al een zo'n goede behandeling bieden. Juist in die eerste kwetsbare jaren van een eetstoornis kun je nog zo veel goeds bereiken met deze zienswijze lijkt mij.


24 maart 2017 Mariska

Wat een mooi geschreven stuk! Zó herkenbaar bij onze dochter! Dit is ook precies waar het om gaat. Als ouders hebben we de uitdaging om vooral de mooie eigenschappen van ons kind te zien. Hiervoor moeten we als ouders ook echt heel krachtig, topfit en aanwezig zijn. Telkens weer, ons niet laten verleiden en verblinden door de eetstoornis die bij ons kind zo aanwezig is, maar kijken naar de echte persoon achter de eetstoornis. Dankjewel voor je heldere beschrijving, Carmen! Keep on the good work!!


25 maart 2017 Neriah

De begrippen zijn goed uitgelegd, maar dit is bijna precies overgenomen uit een boek dat ik las over 15 jaar geleden de naam De geheime taal van eetstoornissen. In plaats van "ES" de auteur noemde het de negatieve Mind (NM). De voorgestelde behandeling methode was ook wat je over schreef in deze blog. Ik vraag me af over de patiënten die zo acuut of zoals u zegt, "chronische" of "resistente", waar moeten ze heen? Als ziekenhuizen en behandelingen ze er niet in slagen, en installaties voor de behandeling alleen mensen die enigszins "gezond" of "gemotiveerd" of behoefte aan een minimum BMI nemen. Hoe is het mogelijk dat deze kinderen / volwassenen glippen door de mazen zo lang totdat hun jonge lichamen niet kunnen worden teruggevorderd wanneer ze eindelijk hoop? Waar komen de mannen en vrouwen gaan die er niet in slagen in het ziekenhuis of degenen die niemand lijkt in staat is bij te dragen tot zijn? Het moeilijkste"?


25 maart 2017 Ute

Absoluut herkenbaar en onwijs goed verwoord, Carmen! Jouw blog laat in alle duidelijkheid zien hoe complex een eetstoornis en de aanpak ervan is. Wat ik enorm triest vind, is dat Hilde Bruch in 1980 al tot dezelfde conclusies kwam en deze ook gepubliceerd heeft, maar dat er na al die jaren helaas nog steeds veel te vaak weinig mee wordt gedaan in behandelingen.


29 maart 2017 Moeder

Dank je wel Carmen! Ik ben als moeder zijnde zo blij met je artikel. Herken er enorm veel uit bij mijn dochter. In aanloop naar geschikte therapie proberen wij nu thuis op een goede manier de tijd te overbruggen. Het doet me goed te lezen dat we gevoelsmatig de goede weg zijn ingeslagen. Een belangrijke vraag die ik heb is: waar kunnen wij terecht voor een therapie volgens deze behandelmethode? En aan Marion: waar ga jij de therapie volgen?


30 maart 2017 Angeline Pot

Dank voor deze heldere uitleg, zo kan ik, als hulpverlener een client met ES een betere begeleiding geven.


31 maart 2017 Neriah

Ik vind het heel interessant dat je blijkbaar "censureren" de reacties - reacties zijn hoe mensen denken over wat er geschreven staat. Ik koos ervoor om erop te wijzen dat in mijn mening dit blog geleend ideeën ... maar blijkbaar heeft de schrijver / uitgever van de blog wil niet dat dit in de sectie "commentaar"? Er was niets dat ik schreef dat zou iemand pijn kwetsbaar, maar misschien ego van iemand? Wat gebeurde er met de vrijheid van meningsuiting ..... Ik krijg het gevoel dat dit gaat niet over het helpen van de patiënten helemaal niet.


02 april 2017 Marit

Helderder dan ooit zie ik het voor me. Mijn eigen 'ik' was een evenwichtsbalk, een wankele brug tussen 2 hoge bergtoppen in. Ik deed mijn uiterste best om van A naar B te lopen en zo mijn zoektocht naar mezelf, middels het vormen van mijn eigen identiteit, vorm te geven. Met mijn armen wijd, mijn ogen gefocust op de balk. Onbewust wist ik niet dat de invloeden van buitenaf (anders zijn, opmerkingen, veranderingen, puberteit) mij deden afleiden van mijn wandeling. Door mijn sensitiviteit en perfectionisme deden ze mij wankelen. Vaak, heel vaak. Niemand die mijn hand vast kon houden, alleen aanmoediging vanaf de zijlijn was aanwezig, soms hoorde ik het niet eens.... Als ik zou vallen, verloor ik mijn eigen identiteit. Wankeloos lopen kon ook niet: weer en wind,oftewel, de invloeden van buitenaf, die trok ik mij nu eenmaal aan. Dat een ES veel energie kost, naast de eisen die het je stelt, is dus wel duidelijk. Ook het feit dat je je bijna niet kan indenken hoe dit is voor je omgeving is te wijten hieraan. PS: ik ben bij B aangekomen en dat voelt goed


Deel je ervaringen en lees die van anderen

Deel deze pagina

Captcha

Contactgegevens & Vestigingen

Human Concern

T 020 - 610 6224
F 084 - 836 27 59
E info@humanconcern.nl

Amsterdam

  Baden Powellweg 305 M
  1069 LH Amsterdam
T 020 – 610 6224
F 084 - 836 2759
E info@humanconcern.nl

Bilthoven

  Rembrandtlaan 22-a
  3723 BJ Bilthoven
T 030 - 711 6125
F 084 - 836 2759
E info@humanconcern.nl

Den Haag

  Emmapark 3
  2595 ES Den Haag
T 070 – 450 0494
F 084 - 836 2759
E info@humanconcern.nl

Zwolle

  Emmawijk 7
  8011 CM Zwolle
T 038 – 711 4018
F 038 – 711 4019
E officezwolle@humanconcern.nl